Woorden

Godwin, poetwin en snotwin

Godwin, poetwin en snotwin

“As an on-line discussion grows longer, the probability of a comparison involving Nazis or Hitler approaches 1.”

Dat is de klassieke Wet van Godwin, waarmee Mike Godwin zichzelf al in 1990 onsterfelijk maakte. Zo’n nazi- of Hitlervergelijking weet discussies al snel dood te slaan; wie zich aan de godwin (inmiddels met kleine letter) bezondigt, ‘is af’. Tenzij het een geldig argument is, natuurlijk – zelfs Godwin zelf godwinde dit jaar ruiterlijk.

In de loop der tijd zijn er allerlei varianten op de godwin bedacht. Van een paar jaar geleden herinner ik me de poetwin van GeenStijl: net zoiets als de godwin, maar dan haal je er dus de Russen of Poetin bij.

huilend zigeunerjongetje

En dit weekend stuitte ik op nog een prachtig exemplaar: de snotwin. Die bleek al drie jaar oud te zijn, maar iemand recyclede de vondst van Stella Bergsma uit 2014. Lees dit heerlijke stuk over kinderen als drogreden. Overigens lijkt het op het fenomeen ‘Think of the children’.

Zijn er nog meer afleidingen van de godwin? Jazeker. Een hele nare is de fuckwin, ook van Stella Bergsma: hoe langer een vrouw discussieert op het internet, hoe groter de kans dat iemand zegt dat hij haar wel/niet wil neuken. Soms zelfs gericht als wapen ingezet; Anne Fleur Dekker heeft bijvoorbeeld veel last van fuckwinnende trollen.

Verder zijn er de koelwin (met de islam en moslims als drogreden; een betere naam had overigens voor de hand gelegen), de trumpwin en nog wat -winnen; hier lees je er meer over.

Tot slot bestaan er in bredere zin meer ‘wetten’ die de omgangsvormen op internet kenmerken, bijvoorbeeld de Wet van Lewis: de commentaren op artikelen over feminisme rechtvaardigen feminisme.

95 stellingen over het Nederlands

Het is niet alleen Halloween, maar ook Hervormingsdag. Vandaag vijfhonderd jaar geleden zou Luther zijn fameuze 95 stellingen op de deur van de Slotkapel in Wittenberg hebben gespijkerd (al schijnt dat een sterk verhaal te zijn). Het begin van de Reformatie en dus het ontstaan van de protestantse kerken.Omslag 'Maar zo heb ik het geleerd!'

95 stellingen over het Nederlands, dat al dan niet hervormd zou zijn of zou moeten worden, moet ik er wel uit kunnen persen, dacht ik. Dus die timmer ik hierbij aan een willekeurige digitale deur. Ze komen allemaal letterlijk uit mijn boek ‘Maar zo heb ik het geleerd!’

  1. Het Nederlands verandert gestaag. Gelukkig maar, want een taal waar niets aan verandert, is per definitie dood.
  2. Het lijkt wel of we ná onze jeugd liever niets meer aan de taal zien veranderen.
  3. Heb je het over taal, dan denken veel mensen meteen aan spelling: ze beginnen over het Groot Dictee of over hoe goed of slecht ze zelf kunnen spellen. Maar spelling is geen taal.
  4. Een taal voldoet aan allerlei regels waar vrijwel niemand ooit over nadenkt, en kan op allerlei manieren variëren.
  5. Pas als mensen vinden dat anderen iets zeggen of schrijven waarvan de vorm niet klopt, ontstaat er discussie over wat goed Nederlands is. Dat leidt tot taalnormen: richtlijnen die zeggen wat goed is en wat niet (en wanneer), of wat als mooier of netter geldt.
  6. Maar in veel gevallen zijn taalnormen een eigen leven gaan leiden en stroken ze niet meer met het Nederlands van nu. Er zijn zelfs normen die helemaal nooit uit de levende taal zijn voortgekomen en stomweg door iemand zijn bedacht.
  7. Taalnormen die hardnekkig de taalpraktijk ontkennen, noem ik ook wel ‘schoolmeestersregels’. Ze zijn altijd simpeler dan de werkelijkheid; het zijn eerder ezelsbruggetjes, oppervlakkige regels die écht nadenken verhinderen.
  8. Schoolboeken blijken conservatief op het vlak van grammatica en logica.
  9. Anders dan bij spelling is er geen wet die de grammatica voorschrijft en die vastlegt welke woorden beter zijn dan andere, of die bepaalt wie het op die terreinen voor het zeggen heeft.
  10. Van de zestigplussers geeft in de enquête nog 82% aan dat ze hij wilt echt fout vinden. Van de dertigminners nog maar een minderheid: 42%. De acceptatie van hij wilt groeit dus.
  11. Teksten zijn beter toegankelijk als ze niet al te formeel zijn, omdat formeel taalgebruik verder afstaat van hoe we dingen spontaan zouden zeggen of schrijven.
  12. Wouden of wouen is spreektaal. In geschreven taal gebruik je wilden. Het enkelvoud wou kun je in niet al te formele teksten wel gebruiken.
  13. De meervoudsvorm van de gebiedende wijs bestaat in de Nederlandse standaardtaal al vele decennia niet meer.
  14. Dat geldt voor alle dt-fouten: zelfs de beste spellers maken ze af en toe. Dat komt doordat je bij het schrijven vaak automatisch kiest voor de vorm die je het vaakst tegenkomt.
  15. In het geval van je kan/kunt is het Nederlands in Vlaanderen misschien wel moderner dan dat in Nederland. Nederlanders doen eigenlijk een beetje moeilijk.
  16. Als we, je, ze en dergelijke beter klinken, schrijf ze dan liever niet als wij, jij/jou, zij.
  17. Het is niet te voorspellen of me boek het toch ooit nog eens tot de standaardtaal zal schoppen.

    hun hebben
    Illustratie: Frank Landsbergen
  18. Een van de moeilijkste taalregels is het verschil tussen hun en hen. Dat is een krankzinnige regel.
  19. De moderne regel is in opkomst: schrijf in alle gevallen hen, dus: Ik heb hen een fles wijn gegeven. Hun is dan uitsluitend bezittelijk: hun huis.
  20. Omdat hun als onderwerp zo lelijk wordt gevonden, zal het nog heel lang of misschien zelfs eeuwig duren voordat het door iedereen geaccepteerd wordt.
  21. Toch is een vergelijkbare taalverandering eerder wél ‘gelukt’.
  22. We lezen zo vaak het boek dat, dat het nogal wennen zou zijn om over te stappen op het boek wat, zelfs al is dat in gesproken taal normaal.
  23. Inmiddels wordt er ook aan het meisje dat geknaagd.
  24. Verreweg de meeste mensen vinden welke lelijk.
  25. Veel mensen die netjes willen schrijven, hebben de neiging om ouderwetse, formele woorden te gebruiken, omdat ze denken dat dat beter is.
  26. Als je die of dat kunt gebruiken, gebruik dan nooit welke. Het is het tegendeel van vlot en natuurlijk Nederlands.
  27. Als je de idee gebruikt, laat je subtiel blijken dat je het filosofische begrip de idee geleerd en onthouden hebt.
  28. Ons ‘nieuwe’ taalgevoel kan niet meer vertrouwen op het woordgeslacht dat bijvoorbeeld ook het lidwoord het bepaalt. In onze woordenschat is een hokje ‘vrouwelijk’ ontstaan waar we namen van plaatsen, landen, bedrijven en dergelijke in plaatsen.
  29. Ook het kunstmatige verschil tussen op wie en waarop verstikt in ‘nette’ schrijftaal de natuurlijke spreektaal, waarin iemand waarop altijd mogelijk is geweest. Hoog tijd om de opgelegde regel met wortel en tak uit te roeien.
  30. Wiens is dus vrij populair. En hoewel je daarmee van oorsprong niet naar vrouwen kon verwijzen, is dat voor steeds meer mensen gewoon mogelijk.
  31. Een heel fijne vakantie en een hele fijne vakantie zijn allebei goed Nederlands. Hele is een geaccepteerde uitzondering.
  32. Er worden dus rare dingen onderwezen aan leerlingen, maar in de praktijk trekken mensen zich er blijkbaar weinig van aan.
  33. Overduidelijk onnodige omschrijvingen met meest moet je zeker vermijden: formuleringen als meest mooi (vaak een luie, letterlijke vertaling van most beautiful) of de meest snelle trein zijn in het Nederlands op z’n zachtst gezegd ongewenst.
  34. Sommige mensen is verteld dat het eigenlijk intussen moet zijn en dat onder van onderwijl komt. Dat klopt niet; ondertussen is een stuk ouder dan intussen.
  35. Als zoveel mensen uitprinten niet mooi vinden, waarom wordt het dan zo massaal gebruikt? Dat komt doordat we onbewust een voorkeur hebben voor duidelijke woorden.
  36. Negen op de tien mensen vinden overnieuw fout, en ze vinden het nog lelijk ook.
  37. Vermijd onderdeel uitmaken van iets. Heel veel mensen vinden die combinatie fout.
  38. In België wordt zwaar wegen door veel mensen niet als een taalfout gezien.
  39. Het is nog altijd een van de bekendste taalfouten waar je ‘schoolmeesters’ mee op de kast kunt krijgen: zich beseffen in plaats van beseffen. De meerderheid vindt het verkeerd, en nóg meer mensen vinden het ook echt niet mooi.
  40. Van de zestigers vindt 72% zich beseffen pertinent fout. Bij de twintigers is dat maar 45%. Over een halve eeuw hebben we misschien wel een nieuwe norm.
  41. Omdat niemand meer mens zijnde zou gebruiken, kun je als mens zijnde nauwelijks meer zien als verhaspeling van als mens en mens zijnde. Het is een behoorlijk vaste combinatie geworden met een eigen betekenis.
  42. Laura was een van de eersten die moeder werden. Het meervoud is het best uit te leggen: die verwijst dan naar eersten. Maar het enkelvoud werd komt het vaakst voor, omdat de aandacht bij Laura ligt en niet bij de eersten.
  43. Een groot aantal mensen zegt dat ze ooit hebben moeten leren dat bij een aantal geen werkwoord in het meervoud hoort. Maar deze ‘schoolmeestersregel’ is een misverstand en heeft als taalregel nooit bestaan!
  44. Veel mensen houden dus vast aan een regel die zinnen oplevert die ze lelijk vinden. Dat laatste bewijst dat de ‘schoolmeestersregel’ niet strookt met hoe taal in je hoofd werkt.
  45. Er is nóg iets vreemds aan de klassieke kwestie een aantal mensen is/zijn. Namelijk dat die kwestie helemaal niet klassiek ís. Het lijkt er sterk op dat de strenge regel pas in de tweede helft van de twintigste eeuw in de mode is geraakt.
  46. Bij een onderwerp als dat soort mensen kan de persoonsvorm zowel enkelvoud als meervoud zijn.

    een millioen menschen
    Een van de vele citaten in ‘Maar zo heb ik het geleerd!’
  47. Het meervoud is logischer: een miljoen mensen keken. Enkelvoud kan ook, maar lijkt wat gekunstelder en ouderwetser en wordt ten onrechte als beter gepropageerd.
  48. Media is meervoud – met de kanttekening dat het enkelvoud sterk in opmars is.
  49. Data in de betekenis ‘informatie’ staat op het punt enkelvoud te worden.
  50. Met de kwestie is, historisch gezien, iets heel vreemds aan de hand. Je zou denken dat De reizigers worden verzocht een moderne uitvinding is, die langzaamaan geaccepteerd raakt naast het oorspronkelijke enkelvoud. Maar het is juist andersom!
  51. De reizigers worden verzocht uit te stappen is prima Nederlands. Met een lastige redenering vinden veel mensen ook (of alleen) wordt hier goed. Dat mag – maar ‘verbeter’ het meervoud vooral niet in enkelvoud.
  52. Tussen werkwoorden die uit twee delen bestaan, mag een ander woord komen te staan. In formele schrijftaal wordt eerder verwacht dat je dat niet doet: moeten invullen is dan de beste keuze. Maar eigenlijk is in moeten vullen net zo goed Nederlands.
  53. Germanismen, foute Duitse leenvertalingen, zijn er nauwelijks meer.
  54. Heb je vroeger moeten leren dat gedaan heeft slechter is dan heeft gedaan? Dan was dat misschien wel omdat je docent gedaan heeft een germanisme vond: een kopie van de Duitse woordvolgorde in bijzinnen (getan hat). Maar dat is een fabeltje.
  55. De aangeprate angst voor de ‘foute’, ‘spreektalige’, ‘Duitse’ volgorde met het hulpwerkwoord achteraan – allemaal niet waar, dus – leidt tot een merkwaardig soort fout.
  56. Jaren zestig of zestiger jaren? Het mag allebei.
  57. Is iets nog een germanisme (een foute leenvertaling uit het Duits) als het al lang en breed ingeburgerd is? Nee: dat etiket verdwijnt als niemand meer bezwaar heeft tegen zo’n woord of formulering.
  58. Na 1850 dook meerdere steeds vaker op in zinnen waarin het niet door grotere of meer vervangen kon worden. En dat is dus al ruim anderhalve eeuw zo. Het verzet tegen dit ‘germanisme’ in de jaren 1930 kwam veel te laat.
  59. Blijkbaar vinden mensen gelijk een beetje plat of spreektalig en passen woorden als meteen en direct beter in geschreven teksten.
  60. Over zo’n en zulk(e) denkt bijna niemand ooit na. Je kiest automatisch een van die twee vormen en je weet eigenlijk niet waarom.
  61. Journalisten hebben het inmiddels afgeleerd om te Leiden en te Suriname te schrijven. In is nu de standaard. Toch is het gebruik van te nog behoorlijk hardnekkig in allerlei andere contexten.
  62. U rijdt te hard is goed Nederlands.
  63. Kwalitatief is voor veel mensen geen synoniem van goed, al wordt het in België langzaamaan standaardtaal.
  64. Maar hoewel kruidnoten gemiddeld ‘beter’ wordt gevonden, eten de mensen blijkbaar liever iets wat pepernoten heet, zelfs al noemt de bakker ze kruidnoten.
  65. Plaats en plek zijn in veel gevallen uitwisselbaar. Als het ene woord duidelijk beter is dan het andere, voel je dat vanzelf aan.
  66. De n aan het eind van een woord (meestal een werkwoord of een meervoudsvorm: lopen, boeken) wordt in grote delen van het taalgebied standaard niet uitgesproken: [loope], [boeke]. Dat wél doen kan onnatuurlijk overkomen.
  67. Veel mensen vinden catalógus, normalíter en vooral pergóla (te) volks klinken.
  68. Het meervoud van handvat mag zowel handvatten als handvaten zijn. Het oordeel dat handvaten minder goed zou zijn, verdwijnt langzaamaan.
  69. In het Groene Boekje was decennialang alleen de frikadel te vinden. Daardoor namen veel mensen aan dat frikandel spreektaal was en dat die n er dus niet in thuishoorde.
  70. Taal is geen wiskunde.
  71. Vrij veel jongeren vinden het niet gek om mensen die vegetarisch eten zelf ook vegetarisch te noemen: Sinds begin dit jaar ben ik vegetarisch is dan een goede zin, en bijvoorbeeld ook Zij heeft veel vegetarische vrienden.
  72. Als de jeugd de toekomst bepaalt, is het over een aantal decennia onomkeerbaar: gijzelaar verliest zijn oorspronkelijke betekenis ‘slachtoffer van een gijzeling’.
  73. ‘Letterlijkheidsfetisjisme’. Daar hebben de tegenstanders van iets gehad hebben waarschijnlijk last van.
  74. ‘Ik heb een cadeau gehad’ is in de omgangstaal gewoon goed Nederlands.
  75. ‘Heb je geen honger?’ ‘Hij heeft niet gewonnen, toch?’ Wie beweert dat ja het juiste antwoord is als iemand geen honger heeft of niet gewonnen heeft, is een betweter. Zulke mensen ontregelen een gesprek met hun ‘logische’ ja op een vraag met geen of niet erin, en dat vinden ze vaak nog leuk ook.
  76. Een zin met ik beginnen mag. Vooral als een andere volgorde geforceerd overkomt.
  77. De afkorting van meester is mr., mét een punt. Dat is altijd zo geweest.
  78. Het kan heel storend zijn om een komma te lezen op een plek waar je de zin achter elkaar door zou lezen, en het kan juist heel behulpzaam zijn om een lange, lastige zin te verduidelijken met een komma.

    met en beginnen
    Illustratie: Frank Landsbergen
  79. Er mag best een komma voor en staan. Je voelt waarschijnlijk vanzelf wel aan wanneer dat kan.
  80. En aan het begin van een zin is nooit verboden geweest, ook al hebben ‘schoolmeesters’ het nog zo bestreden.
  81. Als je om uit een zin kunt weglaten, is het vaak het best om het toch te laten staan. De zin is dan duidelijker en loopt soepeler.
  82. Omdat past bij redenen én oorzaken.
  83. Om houterig klinkende zinnen te voorkomen kun je indien het best vervangen door als.
  84. Het voegwoord wanneer is een synoniem van als.
  85. Sjibbolets zijn taalvormen die wel vaak voorkomen, maar door heel veel mensen afgekeurd worden. De weerzin die die vormen oproepen, zorgt ervoor dat ze in de standaardtaal waarschijnlijk nog heel lang als fout blijven gelden.
  86. Groter als, minder als, anders als: dat vinden we met z’n allen écht níét kúnnen.
  87. Taalkundigen haten de huidige strenge norm.
  88. We blijven elkaar een gekunstelde norm opleggen die nog altijd ontzettend veel prestige heeft. Wie zich er niet aan houdt, wordt al snel voor dom versleten.
  89. Veel mensen zijn zo bang voor het foute als dat ze het ook door dan vervangen als dat niet had gemoeten. Soms komt dat door het foute ezelsbruggetje over gelijkheid: in plaats van drie keer zoveel als hoor of lees je dan drie keer zoveel dan.
  90. Het wat exotisch aandoende L.S. wordt niet vaak meer gebruikt en steeds vaker niet begrepen.

    'Maar zo heb ik het geleerd!'
    ‘Maar zo heb ik het geleerd!’ De waarheid achter 50 taalkwesties – Wouter van Wingerden
  91. Hoogachtend kun je beter niet gebruiken. Het is nogal afstandelijk.
  92. Omdat veel mensen wezen spreektalig vinden klinken, denken sommigen dat ook wees niet netjes is. Vandaar dat Ben maar niet bang behalve dialect ook een geval van hypercorrectie kan zijn.
  93. Er bestaat in het Nederlands geen woord ega.
  94. Wat schetst mijn verbazing? en Wie schetst mijn verbazing? zijn allebei goed.
  95. Zich irriteren geldt als fout. In de spreektaal moet je je er maar niet te veel aan irriteren ergeren.

En, kon je een beetje meegaan in al die hervormingen? Of schoot je spontaan in de contrareformatie? Hoe dan ook, als je de stellingen wat te stellig of te veel buiten verband vindt, lees dan vooral ‘Maar zo heb ik het geleerd!’ De waarheid achter 50 taalkwesties. (Uiteraard ook in de boekhandel verkrijgbaar.)

zijkleppen

Zijk-leppen: late openbaringen over woorden

De meeste mensen hebben wel een of meer van die woorden waarvan ze pas op latere leeftijd inzien hoe ze in elkaar zitten. Mijn klassieker is zijkleppen. Dat woord, dat vroeger altijd op melk- en andere zuivelverpakkingen stond (en nu nog alleen op van die biologische zonder plastic dop), was me vroeger een raadsel. Leppen die zijken? Pas als volwassene zag ik in dat het zij-kleppen waren. En eerlijk gezegd kan ik het nooit meer normaal lezen – die herinterpretatie kwam te laat en voor mij zijn het nog steeds leppen met dat fout gespelde zijk ervoor.

Zo af en toe kom ik nog wel meer van die gevallen tegen, maar dit is voor mij het meest typische. Ik ga die #zijkleppen maar eens verzamelen. Nu ben ik natuurlijk benieuwd: wat is jouw #zijklep?

zijkleppen
Er blijken heel wat soorten zijkleppen te bestaan, zag ik op Google Afbeeldingen.
regenboog La Palma

Mensen, hou op met ‘personen’

Dat het vandaag ‘pride’ alom is, daar ben ik ook trots op. En ik ben heel blij dat steeds meer mensen op de bres staan voor minder bekende en kleinere minderheden dan homo’s en lesbiennes. Ik ben ook – op momenten van zwakheid na – een groot voorstander van politieke correctheid op allerlei vlakken. Toch moet me iets van het hart.

Het Transgender Netwerk Nederland heeft een mediawegwijzer. Een loffelijk streven natuurlijk, waarvan ik hoop dat niet alleen de media er kennis van nemen. Sommige dingen waren ook voor mij even wennen, zoals trans en transgender als bijvoeglijk naamwoord (een trans vrouw, transgender mannen). Daar valt prima mee te leven. Maar er is één woord waar ik telkens de kriebels van krijg.

13 personenPersonen. Volgens TNN moeten we het over transgender personen hebben. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik vind personen een ontzettend onmenselijk woord. Ik associeer het met ‘max. 13 personen’ in een lift of met ‘zespersoons vakantiehuisjes’ – een soort maateenheid zoals kilo en kuub en stuks. Of misschien met mijn persoontje, wat je nooit moet zeggen.

Zodra je het over voorstelbare of zelfs concrete personen hebt, zou ik ze mensen noemen. Dat zijn ze tenslotte ook echt. Mensen zoals jij en ik. Een persoon schept afstand, ontmenselijkt. Een mens is een medemens van vlees en bloed, iemand die je kunt ontmoeten, in de ogen kunt kijken en in de armen kunt sluiten. Iemand om mee te praten, om het mee eens of oneens te zijn, om samen bergen mee te verzetten.

Kortom, hoe omzichtig en correct persoon ook bedoeld mag zijn, ik vind het vooral onpersoonlijk. In alle taal die over echte mensen gaat, trouwens, zoals in nieuwsberichten. ‘10.000 personen mensen geëvacueerd’, ‘107.000 personen mensen met een handicap krijgen opslag’, ‘Communiceren met personen mensen met dementie’. Zelfs in ‘Vijf personen opgepakt voor seksuele uitbuiting’ – hoe onmenselijk ook – zou ik personen door mensen vervangen. Gewoon om onze menselijkheid te tonen, in alle omstandigheden.

koffie en tulpen

Turkije in onze taal: leenwoorden en spreekwoorden

Wat heeft het Nederlands aan de Turkse taal en aan de Turken te danken? Dat wilde ik eens bij elkaar zetten. Een overzicht van de bekendste en meest aansprekende leenwoorden uit het Turks en uitdrukkingen over Turken.

Leenwoorden

Heel wat Turkse woorden zijn niet rechtstreeks in het Nederlands terechtgekomen, maar via een of meer andere talen. Dat is vooral via het Frans gebeurd. Langs die weg zijn we aan deze woorden gekomen: divan, jakhals, kiosk, minaret, sofa en tulp. Veel van die woorden zijn trouwens zelf weer van Perzische of Arabische oorsprong. De kozak kennen we via het Russisch.

angora-kat
Angorakat. Er bestaan ook angorageiten en angorakonijnen.

Op culinair gebied hebben we de volgende woorden rechtstreeks of via via uit het Turks geleend: baklava, bulgur, koffie, raki en yoghurt. Met een voorraadje daarvan kun je de dag goed doorkomen in de harem. En voor de gezelligheid doen we er een angorakat bij – angora is verwant met de naam van de Turkse hoofdstad Ankara!

Ik licht twee woorden uit die zó alledaags (en bijna typisch) Nederlands zijn dat ze meer aandacht verdienen.

  • Koffie. In de zeventiende eeuw raakte koffie in Nederland in de mode. De naam ervan is van oorsprong het Arabische woord qahwa (letterlijk ‘donkere drank’). Eerst betekende het ‘wijn’; nadat Mohammed alcohol had verboden, raakte het woord in gebruik voor ‘koffie’. Het Turks nam het over als kahve. Uit een van die talen heeft het zich over Europa verspreid, meestal met een a (caffè, Kaffee), in het Engels en Nederlands met een o (coffee, koffie). Ons café was van oorsprong een ‘koffiehuis’.
  • Tulp. Die bloem komt van oorsprong uit Turkije. Daar noemden ze de tulp eerst tülbend of tülbendlâle: ‘tulbandbloem’, omdat de geopende bloem op een tulband lijkt. (Het woord tulband had het Turks uit het Perzisch geleend.) Dat woord ontwikkelde zich tot tulipan (meervoud). In het Nederlands viel -an al snel weg, en begin zeventiende eeuw verdween ook de -i-, misschien omdat mensen melk netter vonden dan melluk en ze daarom ook tulp netter vonden dan tulip (alsof de i een ‘svarabhaktivocaal‘ was).

Meer weten over Turkse leenwoorden? Kijk dan op etymologiebank.nl (de links onder de woorden) of blader in het Groot leenwoordenboek van Nicoline van der Sijs (pagina 431-435).

Spreekwoorden

Vooraf een disclaimer: zoals veel uitdrukkingen over andere volken zijn ook die over Turken niet allemaal vrij van vooroordelen.

Dit zijn de bekendste uitdrukkingen over Turken:

  • roken als een Turk: veel roken
  • eruitzien als een Turk: er donker / vuil / boos uitzien (Turk staat hier eigenlijk voor een willekeurige donker uitziende zuiderling; volgens Van Dale moet je het dan ook als turk schrijven)
  • liever Turks dan paaps: ‘liever islamitisch dan rooms-katholiek’, een kreet uit de Tachtigjarige Oorlog van de protestantse opstandelingen tegen het katholieke Spaanse gezag
Geuzenpenning: “LIVER TURCX DAN PAUS”. Bron: Wikimedia Commons, https://commons.wikimedia.org/wiki/File:3_Geuzenpenning,_halve_maan.jpg
bezemschoon

Wat is ‘bezemschoon’?

We moesten het vakantiehuis laatst ‘bezemschoon’ achterlaten, toen een vriendin en ik een lang weekend in het pittoreske (en verre) Esonstad hadden vertoefd om elk aan ons nieuwe boek te werken. Er hing ook een bezem in de trapkast. Betekent dat dat je letterlijk met de bezem door het huis moet? Ook al zou je dat thuis nooit doen?

bezemschoon Van Dale
‘Bezemschoon’ in Van Dale.

Eerst maar eens in woordenboeken duiken. Van Dale, ‘de dikke’, zegt: “al­leen met de be­zem schoon­ge­maakt of ge­veegd” – met het vakantiehuisvoorbeeld, maar ook: het is hier maar bezemschoon, ‘niet erg schoon’.

Het is geen al te nieuw woord, want het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal besteedde er in 1901 al aandacht aan. Bij de samenstellingen met bezem staat ook bezemschoon. De kern ervan heb ik rood gemaakt:

met den bezem schoongeveegd (”Toen hy de zeevaard beesemschoon Geveilight had, van roovery”, six v. chand. 469 [1657]; gewoonlijk opgevat als: alleen maar met den bezem schoongeveegd, dus niet met water (”’t Is hier slechts besem-schoon gekeert”, sluyterEens. H.- en W.-Leven 26; ”Tot nu hebben zy (t.w. de taalzuiveraars) de Taal maar zo wat bezemschoon gehouden”, v. effenSpect. 1, 128 [1731]; inzonderheid gebruikelijk om den toestand aan te duiden waarin iemand, die een huis niet langer bewoont, het aan zijn opvolger moet overgeven

Vakwereld

Dat laatste roept de vraag op wat ‘de vakwereld’ onder bezemschoon verstaat. Een paar omschrijvingen die ik vond:

  • Een specifieke verhuisbetekenis: “En wat is nu bezemschoon? Voor ons betekent dit dat alle losse zaken verwijderd zijn uit de ruimtes en dat alle kamers worden schoongeveegd. Met losse zaken bedoelen we niet alleen alle zaken die op de vloer liggen maar ook het verwijderen van de aanwezige (hang)lampen.”
  • Bij vakantiehuizen van Novasol: “Dit betekent dat u de koelkast dient schoon te maken en terugzet op stand 1. De afwasmachine dient leeggehaald te zijn. Er mogen geen etensresten, flessen en blikjes worden achtergelaten. Afval dient in de daarvoor bestemde afvalcontainer te worden gedeponeerd. Dekbedden en kussens dient u op te schudden en ordelijk bij elkaar te leggen. Het bedlinnen dient van de bedden te zijn gehaald en laat u achter in de hal.”

    werkvakantie
    Vakantie? Werk!
  • Volgens Landal zelf: “De huurder dient de accommodatie bezemschoon op te leveren (dus: geen vuile vaat laten staan, beddengoed afhalen en opvouwen, keuken, koelkast schoonmaken, vuilniszak in de container plaatsen).”

Kortom: als je uit een vakantiehuis vertrekt, moet het er op het oog netjes uitzien en je mag geen spullen van jezelf achterlaten. En tenzij je enorm met de chips hebt lopen kruimelen, hoef je niet met een bezem aan de gang. Het echte schoonmaken gebeurt na je vertrek – denk dan aan stofzuigen, dweilen, badkamer en wc’s schoonmaken. Het lijkt erop dat alleen de keuken een discussiepunt is. Maar daar zullen de schoonmaakteams op vrijdag en maandag ook wel raad mee weten.

Orwelliaans

Omdat de historische en literaire vergelijkingen je tegenwoordig om de oren vliegen, duik ik maar eens in de eponiemen.

Wat is een eponiem? Dat is een woord dat ooit een naam van een persoon was. Je silhouet heb je te danken aan Étienne de Silhouette, en het hopje heeft een adellijke bedenker: baron Hendrik Hop. Een eponiem kan ook een afleiding zijn, zoals stalinisme en reviaans, of een samenstelling, zoals dieselmotor.

1984 op 1Deze week staat 1984 volop in de belangstelling: het beroemdste boek van George Orwell, waar trouwens ook een verfilming van bestaat. Bij Amazon staat dit boek – geschreven in 1948 – bovenaan in de verkooplijsten sinds de beëdiging van Donald Trump als president van de Verenigde Staten.

Toestanden en gebeurtenissen die doen denken aan dat boek 1984 worden vaak orwelliaans genoemd, en daar hebben we dan dat eponiem van vandaag.

orwelliaans: herinnerend aan, zoals men vindt bij George Orwell (1903-1950), vooral met de gedachte aan zijn onheilspellende toekomstroman ‘Nineteen-eighty-four’ (1949), waarin een totalitaire dictatuur het dagelijks leven beheerst

Bron definitie: Van Dale Hedendaags Nederlands (online, abonnement).

De of het aanrecht?

Als je van huis uit gewend bent ‘het aanrecht’ te zeggen, is het vreemd om ‘de aanrecht’ te horen. En toch kan dat ook. Is dat niet raar? Het is toch ook ‘het recht’ en niet ‘de recht’?

Dit uitzonderlijke geval bestaat al sinds de Middeleeuwen. Aanrecht komt van het werkwoord aanrechten. Dat kennen we niet meer in die vorm, maar aanrichten kunnen we nog wel gebruiken. Een feestmaal aanrichten, bijvoorbeeld. Het betekent zo’n beetje ‘klaarzetten, opdissen’. Tegenwoordig kun je – als je dat zonodig wilt – ook andere dingen aanrichten. Een ravage bijvoorbeeld.

Aanrechten – de aanrecht

Aanrecht is dus een zelfstandig naamwoord dat van een werkwoord komt. Als dat de vorm van de stam heeft, is het bijna altijd een de-woord: de loop (van lopen), de kijk (van kijken), de schijn (van schijnen), enzovoort. Vandaar: de aanrecht.

Maar er is natuurlijk ook het recht, en het geboorterechthet consumentenrecht, enzovoort. Al tig eeuwen geleden maakten mensen daarom ook van aanrecht een het-woord. Dat doen we tot op de dag van vandaag.

Aanrechtbank

Wist je trouwens dat er twee soorten aanrecht bestonden? Een aanrechttafel en een aanrechtbank (ook rechtbank genoemd, maar die homofoon is om begrijpelijke redenen gesneuveld). De aanrechtbank was het aanrecht dat – of de aanrecht die – we nu nog kennen: met een gootsteen en met kastjes eronder.

Op de aanrechtbank of -tafel werden de gerechten klaargezet om opgediend te worden. Aangerecht, dus.

Dit verhaal heb ik onlangs opgedist bij Wekker-Wakker op NPO Radio 5. Daar kun je me elke dinsdagochtend horen om kwart voor negen.

Eerder gepubliceerd op LinkedIn.

Sta eens stil bij ‘file’

“Waarom zijn lange files terug van weggeweest?” Het verkeersinfarct is hot. Bij regen is het de laatste maanden sowieso bal. Bovendien schijnen al die appende chauffeurs voor veel ongelukken te zorgen en dan sta je ook op de gekste tijden en bij stralend weer minstens een uur vast op de A2 of welke A dan ook.

Ik ben uiteraard geen fan van files. Midden in de avondspits ga ik een helse tocht ondernemen over de A4 en de A9. Laat ik nu alvast proberen er enig plezier aan te ontlenen door eens te kijken naar het wóórd file, en een paar tegenhangers daarvan in andere talen.

Soldaten
Afbeelding: Delpher, uit 1925.

Ooit was file een militaire term: een Frans woord voor een ‘rij soldaten’. Zo’n rij komt nog altijd langs in een defilé. (Met de links kom je terecht bij de onvolprezen Etymologiebank, mijn favoriete taalwebsite.) Sinds een kleine eeuw is file het vertrouwde woord voor een verkeersopstopping. O ja, het Engelse woord file (‘bestand’, klinkt als [fail]) komt van een oudere betekenis van file, namelijk ‘draad’: de draad waarmee documenten ter bewaring aan elkaar werden gebonden.

Buurtalen

Wat zeggen ze in onze buurtalen eigenlijk als het aanschuiven geblazen is?

  • Het Duits heeft de Stau. Dat komt van stauen, waar je met een beetje goeie wil ons woord stuwen in kunt herkennen. Bij een stuwdam wordt het water tegengehouden; een Stau houdt het verkeer op. Al die auto’s worden eigenlijk door een te smalle doorgang ‘gestouwd’.
  • De Engelse traffic jam komt van to jam. Dat betekent onder meer ‘vastlopen’. Vandaar dat a jam ‘een opstopping’ is. Je kent vast ook wel de paper jam: een ‘papierstoring’ in de printer. Eigenlijk wordt iets – verkeer, papier – ergens in gepropt waar het in de weg gaat zitten. En met al dat proppen en stouwen komen we uit bij …
  • Bouchon. Mijn favoriete filewoord, uit het Frans. Het betekent eenvoudigweg ‘kurk’: er zit een ‘stop’ op het verkeer!

Een kurkentrekker zal helaas niet helpen tegen files. Da’s dan weer jammer.

Eerder gepubliceerd op LinkedIn.

Tussen de middag

Waar je tussen de middag allemaal wel niet over nadenkt. Ik schrijf een boek en daar komen een paar hoofdstukken over contaminaties in. En in de lijstjes met contaminaties die ik doorneem, stuit ik soms op tussen de middag.

Vergezocht

Dat is een verhaspeling van tussen de werktijden en omstreeks het middaguur, zegt Jan Renkema in de Schrijfwijzer. Hm, klinkt dat niet erg vergezocht? Ook Wikipedia roept iets omslachtigs: het zou komen van tussen de middaguren en in de middag.

Volgens mij zit het anders. Tussen de middag was ooit volkomen logisch, omdat de woorden tussen en middag in het verleden iets anders betekenden dan nu.

Lunchtijd

De middag was niet, zoals tegenwoordig in Nederland, de tijd tussen ochtend en avond (12.00 tot 18.00 uur), maar het was de periode rond het middaguur. Lunchtijd dus, zo’n beetje tussen twaalf en twee, en dat is het in België nog steeds.

Tussen betekende ‘gedurende, tijdens’. Daarbij hoefde je vroeger niet altijd begin- en eindpunt te noemen; het kon ook een periode zijn, zoals de middag. Ook in ondertussen en intussen schemert van oorsprong iets gelijktijdigs door. Trouwens, ook onder kan ‘tijdens’ betekenen: onder de lesonder het eten en onder werktijdbijvoorbeeld, en – ook weer in België – onder de middag.

Kortom, tussen de middag betekent zoveel als ‘tijdens lunchtijd’.

Intussen is het alweer namiddag in België, en bijna in Nederland (net na drieën). Ik schrijf maar gauw verder aan mijn boek.

Eerder gepubliceerd op LinkedIn.

Scroll naar top