De bebouwde kom is dat deel van een stad of dorp waar huizen en andere panden min of meer dicht bij elkaar staan; een concentratie van gebouwen. Waar komt die naam eigenlijk vandaan? Wat is een ‘kom’?
Hoe we aan de term bebouwde kom komen, wordt duidelijk als we kom opzoeken in het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal. Dat geeft van kom drie hoofdbetekenissen:
- een kom is een hol, rond voorwerp, zoals een vissenkom of een stuk serviesgoed;
- een kom is ook een open, niet al te diepe uitholling in een oppervlak, van een eendenkom tot de kom van een gewricht;
- én een kom is een topografische term.
Die laatste betekenis, de topografische term kom dus, is als volgt opgesplitst in het WNT:
a. In de blijkbaar oudste beteekenis, in metaforische toepassing van kom in de bet. 1): het centrale dorpsplein met daaromheen gebouwde en in de onmiddellijke omgeving liggende huizen; in dezen zin veelvuldig gebezigd in sassische streken, maar ook elders niet onbekend. Voorts in het algemeen: de kern van het dorp, zelfs wanneer er geen plein aanwezig is.
b. Vervolgens: het geheel der in een stad of dorp aaneen- of bijeenstaande huizen en andere gebouwen. (Een gemeente kan derhalve meer dan één kom bevatten).
— Ook in publiekrechtelijk gebruik, waarbij men, naast het enkele woord kom, ook bebouwde kom is gaan bezigen voor ieder gedeelte eener gemeente dat een aaneengesloten bebouwing heeft. Sedert 1869 wordt in de algemeene wetgeving (wetten en koninklijke besluiten) zoo goed als uitsluitend bebouwde kom gebruikt. De grenzen van een (bebouwde) kom kunnen verschillend zijn naar gelang van de gevallen waarvoor zij gelden.
In de wet
Zo is meteen duidelijk hoe we aan de term bebouwde kom komen: die omschrijving werd in de negentiende eeuw gangbaar en is in 1869 in de wet vastgelegd. Een vakterm die tot het algemene taalgebruik is gaan behoren.
Dankzij de bebouwde kom zijn we kom in deze betekenis dus nog niet vergeten. Verder kom je deze kom niet vaak meer tegen, behalve soms in de samenstelling dorpskom.

5 reacties op “Waar komt ‘bebouwde kom’ vandaan?”
In Loosduinen spreekt men nog steeds over de ‘kom’ als men het over het dorpscentrum heeft. Het staat zelfs op de kaart van Den Haag als ‘Kom’ aangegeven.
Ik mis een vierde hoofdbetekenis, een nautische: een stuk water dat zich onderscheidt van van het kanaal, de sloot of de vaart, doordat het breder is dan dat kanaal, die sloot of vaart. Een sloot(je) kan eindigen in een kom waar bijvoorbeeld boten kunnen worden aangelegd. Speciale kommen maken deel uit van een kanaal om lange schepen te accommoderen bij het keren; een keerkom.
Die keerkom is een ondersoort van de open, niet al te diepe uitholling. Gisteren in Veenendaal zag ik nog de Zwaaikom, precies zo’n geval.
Ik schrijf aan het artikel ‘Zwaaikom’ op Wikipedia en maak er best wat werk van.
Synoniemen zijn draaikom, zwenkkom en keerkom, het minst gangbare. Afgaande op Delpher is geen van deze woorden ouder dan van 1874, zie de voetnoten op Wikipedia. Opmerkelijk, want het fenomeen was minstens in het begin van de 17e eeuw al bekend. Weet iemand welke terminologie er tevoren gebruikt werd? Een reactie hieronder is welkom, maar wie dit graag uitpuzzelt kan mij ook mailen: bertuswaarbenje@yahoo.com
Eventueel kan ik daarna ook mijn telefoonnummer geven.
Alvast bedankt!
Bertus van Heusden
Wat mijzelf betreft: Mijn naam is Bertus van Heusden en ik woon in Tilburg. Onder de gebruikersnaam B222 bewerk ik regelmatig Wikipedia-artikelen, maar ik onderteken (ook) daar als Bertux. Jammer genoeg weet ik niets bijzonders van Deurne en zal ik dus niet regelmatig kunnen bijdragen aan jullie Wiki, die er trouwens uitstekend verzorgd uitziet. De gebruikersnaam heb ik vooral aangemaakt om automatisch gemaild te worden wanneer er op deze pagina iets geschreven wordt.
Hier hoor je mij praten; let vooral op mijn overduidelijk autistische voorkomen (vluchtig oogcontact maken, gewiebel) en hoge maar tegelijkertijd schuchtere stemgeluid. Dit staat in schril contrast tot de grote en vaak beledigende bek die ik op Wikipedia opzet. Daar voel ik mij groot en belangrijk, een soort koning, maar in het echte leven stelt mijn leven niets voor.
Ik ben 62 jaar oud en kinderloos. Niet omdat ik geen kinderen of zelfs maar een vrouw zou hebben gewild, maar omdat niemand mij de moeite vind. Ik moet het vooral van medelijden hebben. Zo heb ik in mijn leven heb ik eigenlijk nooit gewerkt. Ondanks dat ik de hele dag niets anders doe dan op Wikipedia zitten en dus best mijzelf nuttig had kunnen maken voor de maatschappij, kies ik hier bewust niet voor. In plaats daarvan heb ik al vele jaren een bijstandsuitkering en denk er niet aan om ooit nog te gaan werken. Zoals je hier kunt lezen, ben ik een soort parasiet. In de meest letterlijke zin van het woord: ik ben er zelfs trots op dat ik mijn buren laat betalen aan de verwarming van mijn sociale huurappartmentje in Tilburg: ” De kachel gaat nooit aan, de buren stoken voor mij. Het wordt hierdoor zelden kouder dan 17 graden en dat vind ik goed te doen.” Dat zijn buren hierdoor meer stookkosten maken interesseert mij niet, ik ben een echte narcist die eigenlijk enkel in zichzelf geïnteresseerd is.
Ik ben nu al oud en versleten. Ik ben kaal en nagenoeg doof en door een spijsverteringsprobleem stink ik ontzettend. Mijn enige spijkerbroek (drie jaar terug gekocht bij de kringloop) ruikt dan ook naar een réservoir à boues! Het duurt niet lang meer en dan vinden ze mij dood in mijn appartementje. Het enige wat ik nalaat zijn mijn nickname, een hoop online geruzie en wat krantenartikeltjes. Dat is het. Geen vrouw of kinderen met warme herinneringen aan mij. Slechts twee paar buren die zich afvragen waarom ze opeens minder kwijt zijn voor gas en licht.