Kun je vegetarisch zijn?

  • ‘Mijn zus is vegetarisch.’
  • ‘Huh? Maar ze is toch van vlees?’Omslag 'Maar zo heb ik het geleerd!'

Is dat nu grappig of niet? Dat hangt van de betekenis van vegetarisch af. In de praktijk wordt vaak gezegd dat iemand vegetarisch is, ook al zijn er veel mensen die vinden dat je van mensen alleen kunt zeggen dat ze vegetariër zijn. Vegetarisch hoort dan bij het eten, bijvoorbeeld een vegetarische maaltijd.

Wat is tegenwoordig de regel? Wie bepaalt dat? En hoeveel (of hoe weinig) mensen hebben moeite met een vegetarische zus? Dat valt allemaal te lezen in mijn boek ‘Maar zo heb ik het geleerd!’ De waarheid achter 50 taalkwesties.

Een vegetarisch professor ging de woestijn in en stak tegen de kanibalen een speech af over de verderfelijkheid van het vleescheten. Ze luisterden aandachtig en brachten hem aan het slot een groote ovatie.

Nietwaar?, vroeg hij, jullie zult allemaal mijn raad opvolgen.

Wij zweren het, klonk het in koor. Maar nog éénmaal en nu voor ’t laatst, willen wij vleesch eten om te proeven, hoe het vleesch van een vegetariër smaakt. (1901; bron: Delpher)

(G)een hele erge taalfout

  • ‘Ik wens je een hele fijne vakantie!’
  • ‘Geen halve, mag ik hopen.’

De kans is aanzienlijk dat je zo’n reactie weleens te horen hebt gekregen. Of anders dat je zélf zo hebt gereageerd op iemand die het over een hele fijne vakantie, hele fijne feestdagen of een hele mooie jurk had. Want hele, dat is fout Nederlands; het moet heel zijn. Een heel fijne vakantie, een heel mooie jurk.Omslag 'Maar zo heb ik het geleerd!'

Klopt dat? Als je een hele fijne vakantie heel letterlijk neemt, is het ‘een fijne vakantie die heel is’. Wil je zeggen dat de vakantie heel fijn moet worden, dan is het een heel fijne vakantie. Toch luistert het niet zo nauw. Hoe dat zit, en wat taalexperts ervan vinden, kun je lezen in mijn boek ‘Maar zo heb ik het geleerd!’ De waarheid achter 50 taalkwesties. Daarin staat trouwens ook hoeveel mensen een hele fijne vakantie fout vinden. En of die mensen het dan ook allemaal lelijk vinden.

Veel ‘taalfouten’ waarover mensen zich opwinden, zijn overigens niet nieuw. Ter illustratie daarom twee oude gevallen van het verbogen bijwoord heel. Het eerste uit 1930, het tweede uit 1865.

Als alle couranten alle dagen al hun fouten wilden rectificeeren, dan moesten ze naast hun ochtend- en avondeditie ook nog een middageditie uitgeven. Alleen heele erge fouten worden gerectificeerd. (Bron: Delpher)

 

Een kapitaal HEERENHUIS, alleraangenaamst gelegen in de kom van het dorp Groesbeek, ook zeer geschikt tot logement, uitspanning of ander bedrijf, bevattende 6 boven- en benedenkamers, keuken, stal voor koeijen en paarden, remise, schuur, een fraaijen vruchtbaren tuin met heele fijne fruitbomen, alles door eene welwassende haag omgeven en eene grootte hebbende van 45 roeden. (Bron: Delpher)

Vraag je je af of wat je over het Nederlands geleerd hebt wel klopt? Lees mijn boek!

Pizza hawaï

De uitvinder van de pizza hawaï is overleden. De Griekse Canadees Sam Panopoulos bedacht in 1962 een pizza met ham en ananas – dat laatste in de vorm van stukjes ananas uit blik. Een blikje uit Hawaï, waar de ananasteelt een belangrijke bron van inkomsten is (vroeger meer dan nu, overigens). Vandaar.

pizza hawaï/hawaiiWaarom schrijf ik hierover? Omdat ik me als taalnerd natuurlijk meteen afvroeg hoe je pizza hawaï hoort te schrijven. (Zo dus, is meteen het antwoord.) Pizza is het probleem niet. Hawaï wel – want waarom schrijf je het klein in pizza hawaï en is het bovendien niet met ii, terwijl de Amerikanen hun meest westelijke staat wel Hawaii noemen?

Om met dat laatste te beginnen: Hawaii is het endoniem, dus de naam die ter plaatse wordt gebruikt. In het Engels althans, want de Hawaïanen hebben ook nog een eigen taal en daarin is Hawaiʻi de juiste schrijfwijze. Dat tekentje tussen de i’s is geen apostrof, maar een ‘glottisslag’: een ‘stop’ tussen twee klinkerklanken, en daarmee een van de slechts 13 tekens in het Hawaïaanse alfabet.

Hawaii en Hawaiʻzijn dus endoniemen, en Hawaï is ons exoniem. Ooit heeft iemand verzonnen dat we het in het Nederlands zo moeten schrijven. Helaas, want we zeggen helemaal geen ‘Hawa-ie’, wat dat trema wel suggereert. Wat mij betreft schaffen we het af en gaan we over op Hawai (of gewoon Hawaii, net als de Amerikanen). Naast maïs is in 2005 tenslotte ook mais in het Groene Boekje gekomen, omdat we in Nederland nu eenmaal geen ‘ma-ies’ zeggen.

croque hawaïEn dan de kleine letter in pizza hawaï. Die combinatie staat niet in het Groene Boekje en ook niet in de grote Van Dale. Wat je wél in Van Dale vindt, is de croque hawaï (online, pas dit jaar toegevoegd in de abonnementsversie). Daar volgt onherroepelijk uit dat je ook pizza hawaï op die manier schrijft.

Waarom dan een kleine letter en geen hoofdletter? Dat komt doordat er geen rechtstreeks verband is met de staat Hawaï. De hoofdletter van een aardrijkskundige naam verdwijnt als een woord of een samenstelling of een woordgroep niet meer rechtstreeks naar een plaats, land, rivier of iets dergelijks verwijst; er is alleen nog een indirect verband. Een paar voorbeelden: champagne, haarlemmerolie, pekingeend, een bourgondiër. (De enige uitzondering daarop zijn bijvoeglijke naamwoorden: Duitse herder, Kaaps viooltje.)

Zo is het ook gegaan met hawaï. Dat is een woorddeel geworden dat in veel gevallen betekent: ‘bereid met ananas’. Vandaar niet alleen de pizza hawaï en de croque hawaï (en dus in Nederland de tosti hawaï), maar bijvoorbeeld ook de hawaïburger en de hawaïsteak. En er zijn nog twee woorden waarin hawaï niet direct meer naar de eilanden verwijst, maar alleen naar een stijl: hawaïhemd en hawaïmuziek.

Justin TrudeauRest de niet-talige vraag of je wel ananas op je pizza mag doen. Volgens talloze mensen is dat een doodzonde. De president van IJsland wilde het zelfs verbieden. Ik geef hier grif toe dat ik een pizza hawaï wél lekker vind. En daarbij heb ik gelukkig Justin Trudeau aan mijn zijde. #teampineapple

Over haat en liefde gesproken: heb je mijn nieuwe boek ‘Maar zo heb ik het geleerd!’ al?

Hele fijne vakantie (geen halve)

Erger je je eraan als iemand je een hele fijne vakantie wenst? Dan is de kans groot dat je niet meer bij de jongsten behoort. Dat is in elk geval het beeld dat naar voren komt uit de enquête die ik vorig jaar onder 17.000 mensen heb gehouden. De resultaten daarvan lees je nu in mijn boek ‘Maar zo heb ik het geleerd!’ De waarheid achter 50 taalkwesties.

Waarschijnlijk ken je het wel: de een wenst de ander een hele fijne vakantie of een hele goeie reis en de ander reageert met ‘Geen halve, nee.’ Wie dat doet, noem ik een letterlijkheidsfetisjist. Ergens hebben zulke letterlijkheidsfetisjisten very nice vacationnatuurlijk gelijk, als je zo’n zin heel precies gaat ontleden: een hele fijne vakantie is een vakantie die heel en fijn is, of anders gezegd: een fijne vakantie die heel is. Wil je iets over ‘de mate van fijnheid’ zeggen, dan doe je dat met een bijwoord, en dat wordt normaal gesproken niet verbogen: een heel fijne vakantie dus.

We verbuigen bijwoorden ook bijna nooit. Je zult zelden horen over een behoorlijke fijne vakantie of een erge fijne vakantie. Een hele fijne vakantie is dus echt een uitzonderlijk geval. Maar wel een zó vaak voorkomend uitzonderlijk geval dat het inmiddels tot de standaardtaal behoort. In mijn boek haal ik dan ook de Taaltelefoon en Onze Taal aan, die dit hele een geaccepteerde uitzondering vinden (behalve misschien in formele teksten).

In het boek staan meer hoofdstukken waarin een (te) letterlijke taalopvatting de communicatie verstoort:

  • vegetariër of vegetarisch?
  • gijzelt een gijzelaar?
  • gehad of gekregen?
  • geen honger: ja of nee?

Lees hier alles over ‘Maar zo heb ik het geleerd!’

De Trump-administratie

“De Amerikaanse administratie, de Trump-administratie” – dat hoorde ik Jan Balliauw vorige week zeggen in het journaal van de VRT (bekijk de video hier). En daarmee bedoelde hij natuurlijk allerminst de boekhouding van de VS of de president zelf. Nee, het was een letterlijke vertaling van administration, in een betekenis die het woord administratie in het Nederlands van oudsher niet heeft.

Daarmee is het een typisch voorbeeld van een anglicisme: een foute, zo je wilt ‘luie’ leenvertaling. Je kiest in het Nederlands de taalvorm die het meest op de Engelse lijkt en bedenkt niet of het Nederlands er wellicht een gangbare andere term voor heeft; in dit geval regering. Ik snap hoe het komt: je zit diep in een onderwerp, spreekt vaak die andere taal en vindt het dus helemaal niet gek klinken om het over “de Trump-administratie” te hebben. En toch hoor ik liever ‘de regering-Trump’.

in recente jarenIn liveverslaggeving valt er natuurlijk weinig aan te doen. Gekker wordt het als je zulke anglicismen op schrift aantreft. Je zou toch verwachten dat een schrijver er meer over nadenkt, of dat er iemand anders – een (eind)redacteur bijvoorbeeld – is die zo’n vorm verbetert. Dat dat niet altijd gebeurt, blijkt uit het rare voorbeeld “in recente jaren” (in recent years) dat ik laatst op nrc.nl vond.

Mijn nieuwe boek ‘Maar zo heb ik het geleerd!’ De waarheid achter 50 taalkwesties gaat ook in op de invloed van andere talen. Soms is dat vermeende invloed, want bepaalde taalvormen zijn weleens ten onrechte veroordeeld omdat ze Engels, Duits of Frans aandeden, terwijl ze in feite gewoon voortkomen uit variatie binnen het Nederlands. Dit zijn de hoofdstukken over de kwesties waarvan onze buurtalen vroeger de schuld hebben gekregen (en vaak nog steeds):Omslag 'Maar zo heb ik het geleerd!'

  • meest origineel of origineelst?
  • printen of uitprinten?
  • de media is of zijn?
  • de data is of zijn?
  • gedaan heeft of heeft gedaan?
  • jaren zestig of zestiger jaren?
  • meerdere?
  • gelijk of meteen?

Ik ben benieuwd of je er meteen aan ziet welke taal in die gevallen volgens sommigen de boosdoener was. Wil je weten hoe het precies met die kwesties zit, welke vormen mensen goed en mooi vinden, en wat tegenwoordig de taalnorm is, ga dan naar maarzohebikhetgeleerd.nl.

Waarom zoveel mensen ‘puuzelen’ zeggen

Puzzelen. Daarin zit in mijn eigen Nederlands de u-klank van huppelen en van lummelen, van dus en van kut. En dat is goed, zegt Onze Taal – afgaande op boeken die er iets over zeggen. Bovendien is het wel logisch, gezien de spelling: de u klinkt ‘gesloten’ door de dubbele medeklinker die erna komt.

Toch zeggen heel veel mensen geen [puzzelen], maar [puuzelen]. Met de ‘open’ u-klank van jubelen en van kukelen, van uw en van nu. En daar hebben vele decennia van onderwijs en woordenboekenwijsheid blijkbaar maar weinig aan veranderd.

Theorie

Hoe komt dat? Dat lees je bij Onze Taal niet. De Taalunie zwijgt over de uitspraak van puzzelen, en taaladviesboeken schenken geen aandacht aan deze uitspraakkwestie.

Ik heb een theorie. Zomaar op een dinsdagavond bedacht, maar ik wou ‘m toch even delen. Hier komt-ie.

Toen puzzle (nog in die vorm) uit het Engels in het Nederlands terechtkwam, eind negentiende eeuw, spraken veel Nederlands nog helemaal geen Engels. Maar ze lazen wel kranten, waar niet zo heel veel later de puzzel (het kruiswoordraadsel, doorgaans) een heel gebruikelijk fenomeen werd. Of ze vermaakten zich met legpuzzels. En voor allebei gebruikten ze dat Engelse leenwoord.

Nu is puzzel voor Nederlandstaligen een raar woord. Dat komt doordat wij geen woorden met -uzz- hebben, of in elk geval toen niet hadden. Wél hadden we woorden met de klank [uuz], dus met de u in een open lettergreep. Denk maar aan ruzie, fusie, muziek, muze, museum en huzaar. Het lijkt me aannemelijk dat mensen ruim een eeuw geleden puzzle makkelijk in datzelfde hokje plaatsten, met een klank die ze kenden. En omdat puzzels al vroeg nogal populair werden, werd puzzel een heel gewoon woord – waarbij zoveel mensen [puuzel] zeiden, dat ze dat makkelijk ongestraft konden blijven doen.

Kinderachtig

Generaties later is dat nog steeds zo. Kom je uit een [puuzel]-nest, dan ga je niet zo heel snel [puzzel] zeggen, tenzij je in kringen terechtkomt waarin iedereen dat doet en je er bovendien gevoelig voor bent. De uitspraak [puuzel] geldt als onbeschaafd of zelfs kinderachtig – als je het althans aan de [puzzel]-zeggers vraagt, die zich gesteund voelen door de spelling en door wat woordenboeken zeggen. Misschien hebben hun voorouders goed naar het Engels geluisterd of spreken ze precies uit wat ze lezen.

Maar [puuzel] past, als je het goed bekijkt, misschien wel beter in het klankenassortiment van het Nederlands. Ik moest ook denken aan cornedbeef, waarvan niemand het in z’n hoofd haalt om dat op z’n Engels uit te spreken. En aan notulen, waarvan lang is gezegd dat [nótulen] de nette uitspraak is – terwijl [notúlen] beter bij het Nederlands past, en inmiddels heel gewoon wordt gevonden (het is toevallig ook een hoofdstuk in mijn nieuwe boek).

Een uurtje geleden was ik nog een trotse [puzzel]-zegger. Nu ik alles zo op een rijtje heb gezet, vind ik mijn eigen afkeer van [puuzel] onzin geworden. Tijd voor emancipatie van de puuzelaar.

En dat alles dankzij een vraag van Q-Music.

Turkije in onze taal: leenwoorden en spreekwoorden

Wat heeft het Nederlands aan de Turkse taal en aan de Turken te danken? Dat wilde ik eens bij elkaar zetten. Een overzicht van de bekendste en meest aansprekende leenwoorden uit het Turks en uitdrukkingen over Turken.

Leenwoorden

Heel wat Turkse woorden zijn niet rechtstreeks in het Nederlands terechtgekomen, maar via een of meer andere talen. Dat is vooral via het Frans gebeurd. Langs die weg zijn we aan deze woorden gekomen: divan, jakhals, kiosk, minaret, sofa en tulp. Veel van die woorden zijn trouwens zelf weer van Perzische of Arabische oorsprong. De kozak kennen we via het Russisch.

angora-kat

Angorakat. Er bestaan ook angorageiten en angorakonijnen.

Op culinair gebied hebben we de volgende woorden rechtstreeks of via via uit het Turks geleend: baklava, bulgur, koffie, raki en yoghurt. Met een voorraadje daarvan kun je de dag goed doorkomen in de harem. En voor de gezelligheid doen we er een angorakat bij – angora is verwant met de naam van de Turkse hoofdstad Ankara!

Ik licht twee woorden uit die zó alledaags (en bijna typisch) Nederlands zijn dat ze meer aandacht verdienen.

  • Koffie. In de zeventiende eeuw raakte koffie in Nederland in de mode. De naam ervan is van oorsprong het Arabische woord qahwa (letterlijk ‘donkere drank’). Eerst betekende het ‘wijn’; nadat Mohammed alcohol had verboden, raakte het woord in gebruik voor ‘koffie’. Het Turks nam het over als kahve. Uit een van die talen heeft het zich over Europa verspreid, meestal met een a (caffè, Kaffee), in het Engels en Nederlands met een o (coffee, koffie). Ons café was van oorsprong een ‘koffiehuis’.
  • Tulp. Die bloem komt van oorsprong uit Turkije. Daar noemden ze de tulp eerst tülbend of tülbendlâle: ‘tulbandbloem’, omdat de geopende bloem op een tulband lijkt. (Het woord tulband had het Turks uit het Perzisch geleend.) Dat woord ontwikkelde zich tot tulipan (meervoud). In het Nederlands viel -an al snel weg, en begin zeventiende eeuw verdween ook de -i-, misschien omdat mensen melk netter vonden dan melluk en ze daarom ook tulp netter vonden dan tulip (alsof de i een ‘svarabhaktivocaal‘ was).

Meer weten over Turkse leenwoorden? Kijk dan op etymologiebank.nl (de links onder de woorden) of blader in het Groot leenwoordenboek van Nicoline van der Sijs (pagina 431-435).

Spreekwoorden

Vooraf een disclaimer: zoals veel uitdrukkingen over andere volken zijn ook die over Turken niet allemaal vrij van vooroordelen.

Dit zijn de bekendste uitdrukkingen over Turken:

  • roken als een Turk: veel roken
  • eruitzien als een Turk: er donker / vuil / boos uitzien (Turk staat hier eigenlijk voor een willekeurige donker uitziende zuiderling; volgens Van Dale moet je het dan ook als turk schrijven)
  • liever Turks dan paaps: ‘liever islamitisch dan rooms-katholiek’, een kreet uit de Tachtigjarige Oorlog van de protestantse opstandelingen tegen het katholieke Spaanse gezag

Geuzenpenning: “LIVER TURCX DAN PAUS”. Bron: Wikimedia Commons, https://commons.wikimedia.org/wiki/File:3_Geuzenpenning,_halve_maan.jpg

Finland: zijn, haar & hen

Afgelopen vrijdag was ik bij ‘Goede redenen voor foute taal’, een bijzonder geslaagd symposium over de aard van taalnormen en het soms grote verschil tussen zulke normen en hoe ons taalsysteem werkt. Het ging bijvoorbeeld over hun hebben en over de manier waarop Nederlanders verwijswoorden kiezen, een systeem dat helemaal niet strookt met de traditionele woordgeslachten. Interessante blogs naar aanleiding van het symposium vind je bij Miet Ooms en Gaston Dorren.

Ik schrijf zelf een boek over taalnormen. Een deel van die normen botst met hoe we taal in de praktijk gebruiken. Daar kom ik dagelijks voorbeelden van tegen. Kijk hier maar eens naar:

De taalnorm zegt: naar het-woorden verwijs je met het en zijn. Het land is bang, het wil zich verdedigen, het versterkt zijn defensie. Net als land is ook de naam Finland een het-woord: het verre Finland. En dus ook: Finland en zijn vele meren. Maar de norm in het hoofd van veel mensen is anders. Vooral in geschreven taal, maar soms ook in spreektaal, behandelen we aardrijkskundige namen vaak als vrouwelijk. Vandaar dat je hier leest: “Finland blijft ook op haar eigen manier …”

En hoe komt het dat er ineens hen staat in de laatste zin? Dat heeft twee oorzaken: ten eerste de nadruk die op die plek in de zin valt (het kun je moeilijk benadrukken, en haar gaat hier wel erg opvallen; het doet dan snel aan een vrouwelijke persoon denken), en ten tweede het feit dat je in het Nederlands makkelijk kunt overschakelen op een verwijzing naar de mensen die samen een bedrijf of stad of land vormen. In gesproken taal is dat heel gewoon (‘Ik was bij de Spar en ze hadden geen merguezworstjes’), maar in de schrijftaal duikt het dus ook op.

Hoofdstuk 10 van mijn boek ‘Maar zo heb ik het geleerd!’ heet ‘Frankrijk: haar of zijn wijnstreken?’ Wat mensen mooi vinden en welk verwijswoord volgens hen goed is (en waarom) kun je vanaf 6 juni lezen.

Wat is ‘bezemschoon’?

We moesten het vakantiehuis laatst ‘bezemschoon’ achterlaten, toen een vriendin en ik een lang weekend in het pittoreske (en verre) Esonstad hadden vertoefd om elk aan ons nieuwe boek te werken. Er hing ook een bezem in de trapkast. Betekent dat dat je letterlijk met de bezem door het huis moet? Ook al zou je dat thuis nooit doen?

bezemschoon Van Dale

‘Bezemschoon’ in Van Dale.

Eerst maar eens in woordenboeken duiken. Van Dale, ‘de dikke’, zegt: “al­leen met de be­zem schoon­ge­maakt of ge­veegd” – met het vakantiehuisvoorbeeld, maar ook: het is hier maar bezemschoon, ‘niet erg schoon’.

Het is geen al te nieuw woord, want het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal besteedde er in 1901 al aandacht aan. Bij de samenstellingen met bezem staat ook bezemschoon. De kern ervan heb ik rood gemaakt:

met den bezem schoongeveegd (”Toen hy de zeevaard beesemschoon Geveilight had, van roovery”, six v. chand. 469 [1657]; gewoonlijk opgevat als: alleen maar met den bezem schoongeveegd, dus niet met water (”’t Is hier slechts besem-schoon gekeert”, sluyterEens. H.- en W.-Leven 26; ”Tot nu hebben zy (t.w. de taalzuiveraars) de Taal maar zo wat bezemschoon gehouden”, v. effenSpect. 1, 128 [1731]; inzonderheid gebruikelijk om den toestand aan te duiden waarin iemand, die een huis niet langer bewoont, het aan zijn opvolger moet overgeven

Vakwereld

Dat laatste roept de vraag op wat ‘de vakwereld’ onder bezemschoon verstaat. Een paar omschrijvingen die ik vond:

  • Een specifieke verhuisbetekenis: “En wat is nu bezemschoon? Voor ons betekent dit dat alle losse zaken verwijderd zijn uit de ruimtes en dat alle kamers worden schoongeveegd. Met losse zaken bedoelen we niet alleen alle zaken die op de vloer liggen maar ook het verwijderen van de aanwezige (hang)lampen.”
  • Bij vakantiehuizen van Novasol: “Dit betekent dat u de koelkast dient schoon te maken en terugzet op stand 1. De afwasmachine dient leeggehaald te zijn. Er mogen geen etensresten, flessen en blikjes worden achtergelaten. Afval dient in de daarvoor bestemde afvalcontainer te worden gedeponeerd. Dekbedden en kussens dient u op te schudden en ordelijk bij elkaar te leggen. Het bedlinnen dient van de bedden te zijn gehaald en laat u achter in de hal.”
    werkvakantie

    Vakantie? Werk!

  • Volgens Landal zelf: “De huurder dient de accommodatie bezemschoon op te leveren (dus: geen vuile vaat laten staan, beddengoed afhalen en opvouwen, keuken, koelkast schoonmaken, vuilniszak in de container plaatsen).”

Kortom: als je uit een vakantiehuis vertrekt, moet het er op het oog netjes uitzien en je mag geen spullen van jezelf achterlaten. En tenzij je enorm met de chips hebt lopen kruimelen, hoef je niet met een bezem aan de gang. Het echte schoonmaken gebeurt na je vertrek – denk dan aan stofzuigen, dweilen, badkamer en wc’s schoonmaken. Het lijkt erop dat alleen de keuken een discussiepunt is. Maar daar zullen de schoonmaakteams op vrijdag en maandag ook wel raad mee weten.

Orwelliaans

Omdat de historische en literaire vergelijkingen je tegenwoordig om de oren vliegen, duik ik maar eens in de eponiemen.

Wat is een eponiem? Dat is een woord dat ooit een naam van een persoon was. Je silhouet heb je te danken aan Étienne de Silhouette, en het hopje heeft een adellijke bedenker: baron Hendrik Hop. Een eponiem kan ook een afleiding zijn, zoals stalinisme en reviaans, of een samenstelling, zoals dieselmotor.

1984 op 1Deze week staat 1984 volop in de belangstelling: het beroemdste boek van George Orwell, waar trouwens ook een verfilming van bestaat. Bij Amazon staat dit boek – geschreven in 1948 – bovenaan in de verkooplijsten sinds de beëdiging van Donald Trump als president van de Verenigde Staten.

Toestanden en gebeurtenissen die doen denken aan dat boek 1984 worden vaak orwelliaans genoemd, en daar hebben we dan dat eponiem van vandaag.

orwelliaans: herinnerend aan, zoals men vindt bij George Orwell (1903-1950), vooral met de gedachte aan zijn onheilspellende toekomstroman ‘Nineteen-eighty-four’ (1949), waarin een totalitaire dictatuur het dagelijks leven beheerst

Bron definitie: Van Dale Hedendaags Nederlands (online, abonnement).