non-binaire vlag

Die z’r genderneutrale voornaamwoorden

Stel, iemand is non-binair. Hoe wil die genoemd worden? Dat is niet zo moeilijk: je noemt die bij z’r naam, en als je het met een ander over z’r hebt, volg je (die) z’r voorkeuren. Die, z’r en die z’r – mijn goedbedoelde duit in het aardig gevulde zakje met genderneutrale voornaamwoorden.

Het is sinds vorig decennium een heet hangijzer: hoe verwijs je naar mensen die zich niet in een van de hokjes ‘hij’ en ‘zij’ thuisvoelen? Van oudsher heeft het Nederlands daar, net als veel andere talen die mannelijk en vrouwelijk onderscheiden, geen traditie in. Er worden wel pogingen toe ondernomen.

Hen?

In de wegwijzer voor de media (pdf) van het Transgender Netwerk Nederland staat: “In 2016 heeft de transgemeenschap genderneutrale voornaamwoorden gekozen voor trans personen die zich man noch vrouw voelen. Gebruik in plaats van hij/hem/zijn of zij/haar/haar: HEN of DIE / HEN / HUN”. Als voorbeeldzinnen geven ze: ‘Sacha stapt op hun fiets. Hen wil naar de stad fietsen, waar Mila hen opwacht.’ ‘Daar loopt die. Jij vindt hen toch leuk? Nu kun je hun nummer vragen.’

Maar ja, vertegenwoordigt ‘de transgemeenschap’, laat staan het deel van hen dat jaren geleden gestemd heeft, de non-binairen van nu? De discussie en de praktijk ontwikkelen zich elk jaar verder. Zeker bij dit ‘genderfluïde’ onderwerp kun je niet iets op zo’n manier vastleggen, hoe graag het TNN dat ook wil en hoe goed het ook bedoeld mag zijn.

Bezwaren

Ik ben graag welwillend, maar hen als non-binair persoonlijk voornaamwoord vind ik érg wringen. Van oorsprong is het het lijdend voorwerp bij zij (meervoud): ‘Ik nodig hen allebei uit.’ Er zijn volgens mij twee wezenlijke bezwaren:

  1. hen heeft al een betekenis en functie (meervoud en niet-onderwerp);
  2. hen is tamelijk schrijftalig, in spreektaal vervangen we het bijna altijd door hun of ze.

Daarnaast bestaat van het ‘nieuwe’ hen geen onbenadrukte vorm, zoals ie en ze bij hij en zij. Dat is geen harde eis (bij jullie bestaat die ook niet), maar het zou toch welkom zijn.

Genderneutrale voornaamwoorden in Zweeds en Engels

Trouw schreef in 2020: Is het Nederlands klaar voor het genderneutrale ‘Hen loopt’? Daarin staat waarom hen hier moeilijker ligt dan in het Zweeds (waar het precies tussen han en hon, ‘hij’ en ‘zij’, past; daar had Onze Taal ook een artikel over) en dat wij anders dan het Engelse they, them en their geen voornaamwoord hebben dat al een geschiedenis van neutraal enkelvoudig gebruik heeft.

Marieke Lucas Rijneveld
“Een tussenmens”, zo omschrijft Marieke Lucas Rijneveld zichzelf. Die wil graag in het Engels als 'they' aangeduid worden en betreurt het dat het Nederlands nog geen geschikte genderneutrale voornaamwoorden heeft voor non-binaire of genderfluïde mensen.

Bieden bestaande persoonlijke voornaamwoorden geen soelaas, dan kun je misschien gaan shoppen bij andere voornaamwoorden (wat zijn dat?). Zowel Trouw als TNN noemt het aanwijzend voornaamwoord die; TNN suggereert het alleen als onderwerp, maar ook het lijdend voorwerp kan prima die zijn. Diegene komt ook nog voorbij, en als bezitsvorm wordt diens genoemd.

Een derde mogelijkheid zijn nieuw bedachte woorden. Exotische nieuwvormingen als xy en qij zijn al snel kansloos. Je kunt wel kijken naar historische vormen, die in elk geval in uitspraak en betekenis in het Nederlands passen. Zo concludeert Milfje Meulskens in een interessant schema met voors en tegens dat hin een aardige optie zou zijn.

Niet zo vlot

Initiatieven, voorstellen en pogingen genoeg, dus. Waarom wil het met de voorgestelde semi-nieuwe woorden dan toch nog niet zo vlotten? Dat heeft verschillende oorzaken. Ten eerste komen voornaamwoorden extreem veel voor: let maar eens op hoe vaak je ik, mijn, je, hij, u, ons, ze e.d. leest, hoort, schrijft en uitspreekt. Als je het over mensen hebt, gebruik je zulke woorden continu. Zomaar iets veranderen of toevoegen aan zulke basale termen is alleen al om die reden niet makkelijk; het kan onwennig klinken en aanvoelen.

Ten tweede zijn we nog niet zo gewend aan genderneutraal taalgebruik. Het Nederlands onderscheidt, anders dan sommige talen zoals het Turks en het Fins, mannelijke en vrouwelijke voornaamwoorden. Binair denken – óf het een óf het ander, óf man óf vrouw – ligt dus ook in onze taal verankerd. Als je al zo ruim van geest bent om je zwart-witbeelden over gender van grijstinten te voorzien, dan is zo’n stap in je taalgebruik nog niet zomaar gezet. De complexe overwegingen van de NRC-redactie illustreren de praktische haken en ogen.

binair
‘Binair’ betekent ‘tweeledig’. Het binaire stelsel gebruikt alleen de getallen 0 en 1; het binaire geslachtsmodel verdeelt de mensheid in mannen en vrouwen.

Geen consensus

Ten derde is er nog lang geen consensus over de ‘juiste’ vormen. Dat kan ook haast niet, want je begint bij nul. Bestaande vormen hebben al functies en al dan niet gewenste associaties. Of er kleven taalkundige bezwaren aan, zoals het wat formele, schrijftalige karakter van hen. En nieuw bedachte woorden slagen alleen als ze uit herkenbare onderdelen bestaan (zie de FUDGE-test voor de slagingskans van neologismen).

Die

Die is de afgelopen jaren al vaker genoemd als verwijswoord naar non-binaire mensen. Het heeft grote voordelen:

  • Die is een bestaand (aanwijzend) voornaamwoord.
  • Die is genderneutraal.
  • Die is heel gebruikelijk, zowel in gesproken als geschreven taal.

Als nadelen zou je kunnen noemen dat die in sommige contexten een ietwat negatieve lading heeft, alsof je afkeurend ergens naar wijst – maar die connotatie is in de praktijk zeldzaam. En als je ‘heeft die’ zegt, klinkt dat ongeveer net zo als ‘heeft-ie’. Misschien lossen mensen dat uiteindelijk wel op door heeft die als ‘heev-die’ uit te spreken. Tot slot bestaat van die geen onbenadrukte vorm, maar dat heeft hen ook niet.

Bezitsvorm

Met alleen die zijn we er nog niet. Die vervult de rol van persoonlijk voornaamwoord: ‘Die heet Kim’, ‘Ik heb die vorig jaar ontmoet.’ Maar er is nog een voornaamwoord waarmee je naar mensen verwijst, namelijk het bezittelijk voornaamwoord. Net als hij en zij zijn zijn en haar uitgesloten, en hun associëren mensen toch met meervoud. Dat zal, hoe graag je het ook anders zou willen, simpelweg door de frequentie ervan niet snel veranderen.

Ik noemde eerder al de vorm diens, die zichtbaar bij die past. Aan diens kleven drie bezwaren: het is wat te formeel en een tikje ouderwets voor hedendaagse spreektaal, het is een nogal nadrukkelijk woord, en bovendien: het voelt voor veel mensen mannelijk aan (de oorspronkelijke vrouwelijke tegenhanger is dier, wat weinig meer wordt gebruikt).

verbuiging van 'die'
De verbuiging van het aanwijzend voornaamwoord ‘die’ volgens een spraakkunst uit 1834.

Het door TNN voorgestelde hun heeft vier nadelen:

  1. Hun is al in gebruik voor het meervoud. Daar zullen mensen het onherroepelijk mee associëren, ook omdat dat altijd de meestgebruikte betekenis zal blijven.
  2. Hun is geen goeie keuze als je juist geen fan bent van hen als persoonlijk voornaamwoord.
  3. Aan hen en hun kleven grammaticale pijnpunten van een heel andere aard: de hopeloze traditionele hen/hun-regel (die bij gebruik als genderneutraal voornaamwoord niet speelt, maar toch) en de afkeer van hun als onderwerp. Dat maakt die woorden van zichzelf een klein beetje ‘besmet’.
  4. Gebruik je liever die, dan past hun daar gevoelsmatig niet goed bij.

Z’r

Zal ik dan tóch een nieuwe vorm voorstellen? Een absolute voorwaarde is herkenbaarheid en begrijpelijkheid. Daarom heb ik van z’n en d’r (de spreektalige versies van zijn en haar) een mengvorm gemaakt die net zo achteloos en alledaags klinkt: z’r.

Z’r zit mooi tussen de binaire vormen z’n en d’r in. Het is kort, het klinkt niet ingewikkeld, het bekt makkelijk, en je verwart het niet met iets anders. Dus:

  • Sacha stapt op z’r fiets. Die wil naar de stad fietsen, waar Mila die opwacht.
  • Daar loopt die. Jij vindt die toch leuk? Nu kun je z’r nummer vragen.

Maar wat als je de bezitsvorm wilt benadrukken, zoals je wel kunt doen met ‘Dat is hún keuze’? Dan grijp je heel makkelijk naar de combinatie die z’r: ‘Dat is die z’r keuze.’ Dat sluit aan bij spreektalige vormen als die z’n en die d’r. Vind je dat wat te stijlloos, dan kan ‘Dat is z’r eigen keuze’ natuurlijk ook.

Je eigen voornaamwoorden kiezen?

Over eigen keuze gesproken: er is ook een stroming die dat principe op voornaamwoorden toepast. Oftewel: vraag aan de betrokkene hoe die genoemd wil worden; laat die z’r eigen voorkeur uitspreken. Begrijpelijk in het individuele geval, maar in de praktijk vaak onuitvoerbaar. Simpelweg omdat je het ook vaak over non-binaire mensen in het algemeen zult hebben, of de voorkeur in een specifiek geval niet kent, of als iemand zelf geen voorkeur uitspreekt. En wat als je het over meer non-binairen hebt die elk hun eigen voorkeur hebben?

Laagdrempelig

Daarom pleit ik nog maar eens voor de laagdrempelige vormen die en z’r als genderneutrale voornaamwoorden. Ze hebben zelfs nog extra voordelen:

  • Je kunt er wat mij betreft ook prima mee naar vrouwen en mannen verwijzen, zowel in het algemeen als in een individueel geval. Dan zijn we meteen van dat problematische hij/zij en zijn/haar af, een traditioneel struikelblok bij het schrijven:
    • Dan heeft iedereen z’r zin.
    • Wie er vorige week niet was, kan z’r kerstpakket bij de receptie ophalen.
    • Als iemand met pech langs de weg staat, kan die de ANWB bellen.
  • Daarmee zijn die en z’r niet exclusief, maar juist een toonbeeld van inclusiviteit.

Ik hoop dat ik daarmee heel misschien een constructieve bijdrage kan leveren.

Hoe dan ook zou het fijn zijn als we aan het einde van de jaren twintig consensus hebben over algemeen bruikbare, niet al te kunstmatig aanvoelende genderneutrale voornaamwoorden. Niemand kan ze van bovenaf opleggen; we zullen met z’r allen gaandeweg wel op de beste keuze uitkomen.

21 gedachtes op “Die z’r genderneutrale voornaamwoorden”

    1. doetietsmettaal

      Dat had ik ook nog overwogen. Toen dacht ik: maar z’n is ook geen lijdend voorwerp. En vervolgens besefte ik dat d’r dat weer wel kan zijn …

      1. Als je z’n en d’r samentrekt als d’n (ipv z’r), is het zoooo makkelijk voor ons Brabanders 🙂 Wij gebruiken ‘die’ al heel regelmatig. Ik ben nu een paar dagen die en d’n en diens aan het gebruiken en het is easy peasy en doet natuurlijk aan.

        1. doetietsmettaal

          Dat klinkt zeker niet verkeerd, maar het heeft het nadeel dat het van oudsher een mannelijke naamvalsvorm is. Voor wie in dialect d’n gebruikt, is het ook niet of minder bezittelijk.

  1. Pingback: Down in de lockdown: down-woorden in het Nederlands

    1. Couldn’t agree more ! De genderideologie heeft haar eigen Newspeak: ‘genderneutraal’, ‘binair’ en ‘non-binair’, zogenaamd neutrale termen die dat helemaal niet zijn. Een heel kwalijke evolutie, dat ingrijpen in het hart van de taal. Deze ideologie komt overwaaien uit de Verenigde Staten en wordt in onze contreien door sommigen kritiekloos en klakkeloos overgenomen. Vaak gaat het om mensen die een moraliserende scepter willen zwaaien en zo in feite de polarisering in de hand werken, terwijl ze voorbijgaan aan de echte problemen die er op het stuk van discriminatie op grond van geslacht zijn. Pover spektakel

  2. Charles van den Broek

    Bij hun krijg je al gauw gedoe, beker als je er een Indiase genderneutraal persoon mee gaat aanduiden…
    Hin, doe eens mee…😉

    1. Charles van den Broek

      Edit; bij hin krijg je al gauw gedoe, zeker als je een Indiase genderneutraal persoon mee moet aanduiden. Hin doe eens mee…😉

  3. Waarom niet één woord voor de derde persoon enkelvoud? Er zijn legio talen op de wereld die het zo doen (de Turkse, de Fins-Oegrische). We zijn allemaal mensen.

    1. doetietsmettaal

      Dat zou met die en z’r ook kunnen; bijna aan het einde heb ik dat algemene gebruik ook als voordeel genoemd. Dat bedacht ik overigens pas toen het artikel al bijna af was, terwijl het best wel eens een heel wezenlijk positief aspect kan zijn.

  4. Bart Bronneberg

    Ik vind dei een optie. Hi / zij / dei. Het woord dei is nog niet in gebruik. Bezittelijk zou deir kunnen worden.

    1. doetietsmettaal

      Deir heeft een fonologisch nadeel: het Nederlands heeft geen woorden die op de klank ei/ij + r eindigen.

      1. Peter Villevoye

        De Belgen hebben de “Meir” en hebben daar geen moeite mee. Het is etymologisch weliswaar een ietwat verfranste klank van het woordje “meer”, maar prima bruikbaar.

  5. Prachtig voorstel! Pas nog: ‘hun ouders’ in een gesprek over non-binair persoon A. leidde bij mij tot de voorspelbare verwarring: ‘Oh, heeft A. broertjes of zusjes dan?’ Met mijn onmiddellijke herstel: ‘Oh, wacht, oh nee, ‘hun’ ouders betekent ‘A’s’ ouders.’ Ik ga “z’r ouders” eens voorstellen aan die A.
    P.S. Het zou leuk zijn als je dit voorstel voorlegt aan het TNN. Want de negatieve reacties op genderneutraal taalgebruik zoals ook op jouw interessante analyse, vinden misschien deels ook hun oorsprong in de onbruikbaarheid en onnatuurlijkheid ervan. Terwijl andere nieuwe woorden door Nederlandse taalgebruikers juist vaak vol enthousiasme worden omarmd!

  6. Pingback: De beste genderneutrale aanhef? 'Beste'! - Wouter van Wingerden

  7. Peter Villevoye

    Een late reactie (een eeuwigheid in internet- en social-media tijden), maar mag ik deze suggestie toevoegen: “dij” als persoonlijk voornaamwoord tussen “hij” en zij”, en “dijr” of “dijns” (ik kan niet kiezen) als bezittelijk voornaamwoord.

    Jaaa, we kennen het woord “dij” ook als een lichaamsdeel, maar in een totaal andere context (net zoals “haar”) en “zij” vreet ook van meerdere walletjes (enkelvoud, meervoud, zelfstandig naamwoord, etc.) Dus die dubbele betekenis valt relatief mee mee en zal niet snel tot vergissing of verwarring lijden.

    “Dij” en “dijns” strookt ook met “die” en “diens” (die blijven dan gelukkig louter aanwijzend) en “dij” en “dijr” klinkt zelfs als het bekende Engelse onzijdige enkelvoud “they” en “their”.

    Het lijkt mij bovendien dat fervente voorstanders van het uiterst riskante “die” (en bijbehorende afleidingen) nauwelijks moeite met het geringe verschil zullen hebben.

  8. Je kunt nieuwe werkwoorden, nieuwe bijvoeglijke naamwoorden en nieuwe zelfstandige naamwoorden verzinnen en daar houdt het mee op. De rest zijn ‘cementwoorden’ en die veranderen nauwelijks. Wat de persoonlijke voornaamwoorden betreft: de laatste verandering is die van haar (meervoud) naar ‘hen’ en ‘hun’. “De meisjes reden op haar fietsen” werd “de meisjes reden op hun fietsen”. En niet omdat een taalhotemetoot dat oplegde, maar omdat de bevolking dat waarschijnlijk al lang zo deed. Omdat taalkundigen graag een taal wilden, die zich kon meten aan het Latijn, hield men de archaïsche (en soms geconstrueerde) vormen in stand, totdat men het verzet moest opgeven. Verandering komt van onderop en niet van bovenaf, zoals in dit geval. De moeite met ‘hen’ als meervoudsvorm komt ook voort uit het feit, dat Hooft en Vondel dit aan ons opgelegd hebben; het gewone volk zegt bij voorkeur bij alle vormen ‘hun’.

  9. Pingback: Weg met ‘hun’? Weg met ‘hen’! - Wouter van Wingerden doet iets met taal

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top

Meer weten over het Nederlands?

Wouter van WingerdenAbonneer je op de nieuwsbrief van Doet iets met taal. Zes keer per jaar leerzame en opvallende artikelen over taal van mij en anderen. Gratis, en uitschrijven kan natuurlijk op elk moment.

Welkom! Wouter van Wingerden