Is apartheid een Nederlands woord?

“Apartheid is wereldwijd het bekendste Nederlandse woord.” Als het over Nederlandse woorden in andere talen gaat, denken veel mensen dat apartheid ons grootste talige exportproduct is. Maar klopt dat wel? En hoe is dat woord aan zijn beruchte betekenis ‘politiek van rassenscheiding in Zuid-Afrika’ gekomen?

Hoewel het Nederlands geen grote wereldtaal is, zijn er veel woorden uit onze taal in alle uithoeken van de wereld beland. Baas is – geholpen door het Engels, dat er boss van heeft gemaakt – in maar liefst 57 talen terechtgekomen. Andere, minder opzichtige succesnummers zijn gas, pomp en kraan. En tegenwoordig zouden cookie en doping (ook weer via het Engels) hoog scoren.

Dochtertaal

Waarom staat apartheid niet in dat lijstje? Het ziet er op-en-top Nederlands uit. Je plakt het achtervoegsel -heid aan het bijvoeglijk naamwoord apart en voilà, daar is het Nederlandse woord apartheid. Zomaar een citaat uit een krant uit 1923: “Hij wil ook van dit gebouw iets bijzonders maken, met een cachet van apartheid.” (Het gaat in die oude citaten meestal over kunst of een kunstenaar: die is apart, oftewel bijzonder.)

De beladen betekenis van apartheid is daarna pas ontstaan. Niet in het Nederlandse taalgebied, maar in Zuid-Afrika. Het woord zélf kan net zo goed in het Afrikaans ontstaan zijn; ook in die taal kunnen ze -heid achter apart zetten. Dat Afrikaanse apartheid hebben wij later weer geleend uit onze dochtertaal.

Afrikaans als aparte taal

Het Afrikaans heeft zich sinds de zeventiende eeuw uit vooral de Hollandse dialecten van het Nederlands ontwikkeld. Het heeft invloed ondergaan van een aantal andere Europese en van lokale Afrikaanse talen. Lange tijd werd het nog ‘Nederlands’ genoemd; het feitelijke Afrikaans werd in 1925 gelijkgesteld aan het Nederlands, en later is de officiële status van het Nederlands afgeschaft. Op dit moment spreken ruim zeven miljoen mensen in het westen van Zuid-Afrika en het zuiden van Namibië Afrikaans als eerste taal. Taalkundigen beschouwen het als een dochtertaal van het Nederlands; niet als deel ervan.
Zie de Afrikaanstalige Wikipedia voor de talen die in Zuid-Afrika worden gesproken.

Wie heeft nu als eerste het woord apartheid zijn politieke lading van rassenscheiding en discriminatie gegeven? Dat is moeilijk na te gaan. De segregatie in de Zuid-Afrikaanse maatschappij bestond al vóór de twintigste eeuw en er waren dus ook woorden voor. Sommige bronnen zeggen dat apartheid al zeker in 1919 is opgedoken, maar ik kon geen bewijs vinden.

Eigenheid

Andere bronnen, waaronder de Etymologiebank, noemen het jaartal 1929. Toen zou Jan Christoffel du Plessis, van de Nederduitse Gereformeerde Kerk, gesproken hebben over de “apartheid” van de oorspronkelijke inwoners van Zuid-Afrika. Maar het lijkt erop dat hij bedoelde dat er ruimte moest zijn voor hun ‘eigenheid’ in de beleving van het christelijk geloof. Het is denkbaar dat dit gebruik van apartheid losstaat van het latere, besmette politieke begrip.

Als beleidsstreven duikt de term apartheid pas in de jaren dertig op. Het raakte in racistische ‘Afrikaner’ kringen in zwang als alternatief voor (rasse-)skeiding of segregasie – het fysieke scheiden van ‘blankes’ en ‘nie-blankes’ in de hele maatschappij, dat onuitvoerbaar bleek.

Tribunes in een stadion in Bloemfontein, 1 mei 1969. UN Photo/H Vassal. www.unmultimedia.org/photo/

Het duidelijkste citaat dat ik over de opkomst van het begrip apartheid heb kunnen vinden, komt uit een studie die zowel Du Plessis’ bedoeling duidt als een verband legt met de Tweede Wereldoorlog (lees daarvoor de pdf):

“Volgens De Wet Nel het die woord ‘apartheid’ sy oorsprong by die Suid-Afrikaanse Bond vir Rassestudie gehad, wat hierdie term na 1935 gebruik het omdat die Bond segregasie as ’n mislukking gesien het. Die woord is later in ’n pamflet opgeneem en onder parlementslede versprei. Sedert 1943 het die gebruik daarvan in gewildheid toegeneem en het D. F. Malan dit in toesprake begin gebruik.”

In 1947 verscheen het eerste boek met apartheid in de titel: Regverdige rasse-apartheid. De politiek van rassenongelijkheid die daarin werd voorgesteld, werd met de verkiezingsoverwinning van de Nasionale Party in 1948 – met de genoemde Malan als premier – officieel ingevoerd.

Het boek 'Regverdige rasse-apartheid' uit 1947.

“Apartheid van rassen”

Wanneer kreeg apartheid in het Nederlands zijn ‘Afrikaanse’ betekenis? De oudste vermelding is van 7 juni 1939. Op die dag stond in diverse kranten (de Leeuwarder CourantDe Telegraaf en Het Vaderland) een artikel over de ‘wereldzondagsschoolconventie’. De Afrikaanse Kultuurraad uit Pretoria verzette zich tegen het ‘gemengd’ vergaderen, als reactie op een motie van de organisatie tot “volkomen gelijkstelling en algeheele opheffing van rasverschillen op ieder gebied”.

De Kultuurraad motiveerde dat verzet als volgt: “het Afrikaansche volk in zijn geheel onderschrijft, op enkele uitzonderingen na, het beginsel van de apartheid van rassen van verschillende beschavingsniveaux”. Voor zover ik kon nagaan is dit de eerste Nederlandse vermelding van apartheid in de nieuwe betekenis.

Geboren Nederlander

Wie had dan bedacht om dat woord zo in de krant te gebruiken? Dat moet de auteur van het stuk geweest zijn, die het bericht vertaald moet hebben uit de Afrikaanstalige bron: de krant Die Transvaler. Dat was een nationalistisch-Afrikaanse krant – in 1937 opgericht, met Hendrik Verwoerd als eerste hoofdredacteur. Die geboren Nederlander, die van 1958 tot 1966 premier was van Zuid-Afrika, wordt algemeen gezien als de architect van de apartheidspolitiek.

In 1990 kwam de apartheidspolitiek na decennia van binnenlands en internationaal protest ten einde. Daarmee is apartheid gelukkig een begrip uit het verleden geworden.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *