zin beginnen met 'en'

Komma voor ‘en’? Ja, dat mag gerust!

Mag er nu wel of geen komma voor ‘en’ staan? Schoolboeken verbieden het, maar dat is onzin. Hier de échte regels.

Dat je geen komma voor en zou mogen zetten, is ons massaal op school en daarbuiten opgelegd. Maar dat verbod gaat in tegen hoe we het van nature zouden doen: een komma plaatsen als dat past bij de toon en de inhoud van de zin.

Jongeren trekken zich relatief het minst aan van het verbod op een komma voor en, bleek uit de enquête voor ‘Maar zo heb ik het geleerd!’ Dat hebben ze misschien aan hun docenten te danken; die negeren in groten getale de strenge regel “Zet geen komma voor en” die nog steeds in sommige schoolboeken staat.

komma voor en: enquête
'De leden van het bestuur hebben uren overlegd over het te nemen besluit(,) en toch zijn ze er niet uit gekomen.' Wie 'en' hier fout vond, had dat oordeel meestal aangeleerd.

Misverstand

Gezaghebbende taalexperts vinden die hardnekkige onzinregel ergerlijk. “Voor het voegwoord en is een komma meestal niet nodig. Dat feit heeft geleid tot het wijdverbreide misverstand dat je voor en nóóit een komma zou mogen zetten. Dat kan in bepaalde contexten echter heel goed.” Daarmee slaat het Taalhandboek Nederlands van Van Dale de spijker op z’n kop.

Ook andere taalautoriteiten maken zich boos om het mantra ‘nooit een komma voor en’. “Zo geformuleerd is deze regel veel te algemeen en daardoor onjuist”, zei Onze Taal er eens over. “Als een komma de duidelijkheid of leesbaarheid van een zin vergroot, mag hij worden toegevoegd, óók voor en.” De Taalunie zegt dat de komma aan te raden is in lange zinnen en om misverstanden te voorkomen.

Wanneer een komma?

Een komma is een belangrijk onderdeel van de interpunctie, het gebruik van leestekens. Wanneer je een komma moet gebruiken, ligt nergens ‘officieel’ vast. Er zijn vrij veel gevallen waarin iedereen het wél of juist níét doet. En natuurlijk zijn er ook gevallen waar telkens discussie over ontstaat.

Eerst de hoofdregels. In deze gevallen zet je altijd een komma:

  • in opsommingen (behalve voor en): Duitsland, Nederland, België en Luxemburg
  • tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden: een dure, spectaculaire attractie (= ‘dure en spectaculaire’)
  • na (en soms ook voor) een aanspreking: Erni, kom je eten? Bijna, mama, ik zit op de wc
  • voor en na een bijstelling, die extra informatie biedt: Piet de Jong, premier van 1967 tot 1971, is 101 jaar geworden
  • voor een uitbreidende bijzin, die extra informatie biedt en weglaatbaar is: Studenten Nederlands, die goed kunnen spellen, zijn zeer gewild als stagiair
  • na een citaat (zonder uitroepteken of vraagteken) dat nog ‘uit- geluid’ wordt: “Het is bijna zonde om het op te eten”, zei oma

En in deze gevallen is een komma niet verplicht(,) maar wel gebruikelijk:

  • tussen twee persoonsvormen: Wie filmpjes van zichzelf online zet, kan altijd kritiek verwachten
  • voor de meeste voegwoorden, zoals maar, zodat, hoewel, wantHonden moeten hier aangelijnd zijn, maar er zijn nog nooit boetes uitgedeeld

Op die laatste regel bestaan uitzonderingen, die weer per geval verschillen. Sowieso zijn er bij elk voegwoord zinnen te bedenken waarin de komma overbodig is omdat hij te ‘zwaar’ is: er klinkt geen pauze, een komma zou niet bij het ritme van de zin passen.

Verder zijn er voegwoorden waarvoor gewoonlijk géén komma wordt gebruikt; het gaat vooral om dat, om en of, omdat voor die woorden bijna nooit een pauze valt. En is ook zo’n voegwoord waar meestal geen komma voor staat.

Ritme en toon

Als je de regels hierboven goed bekijkt, merk je dat veel kommaregels gebaseerd zijn op de klank van de zin: het ritme (klinkt er een pauze?) of de toon (verander je van toonhoogte?). Als je een van die twee vragen met ‘ja’ kunt beantwoorden, staat er op die plek in de zin vrijwel altijd een komma. Het principe van de zinsintonatie, dus hoe je de zin uitspreekt, is samen met de betekenis van de zin doorslaggevend. Grammaticale criteria, zoals hoofdzin, bijzin of voegwoord, zijn minder van belang.

Ritme en toon bepalen dus meestal of je een komma gebruikt. Door die regel sluiten geschreven en gesproken taal het best bij elkaar aan. Het kan heel storend zijn om een komma te lezen op een plek waar je de zin achter elkaar door zou lezen, en het kan juist heel behulpzaam zijn om een lange, lastige zin te verduidelijken met een komma.

Andere talen

Een verbod op een komma voor en is dus geen aloude waarheid en ook geen universeel gebruik: veel talen doen het in de regel juist wél. In het Duits is de komma voor und tegenwoordig optioneel; hij wordt aangeraden als de zin er duidelijker van wordt. Dat geldt ook voor het Frans. In het Engels is een komma gebruikelijk als and twee zelfstandige zinnen met elkaar koppelt.

Conclusie: er mag best een komma voor en staan. Je voelt waarschijnlijk vanzelf wel aan wanneer dat kan.

komma voor en in andere talen (1895)
Er zijn altijd voor- en tegenstanders geweest van een komma voor ‘en’. In 1895 stond in een krant dat het ‘verbod’ op een komma voor ‘en’ aan de Fransen te wijten is.

En een zin beginnen met en?

Ja, en mag het eerste woord van een zin zijn. En aan het begin van een zin is nooit verboden geweest, ook al hebben ‘schoolmeesters’ het nog zo bestreden.

Wist je dat de Bijbel vol met zulke zinnen staat? Zo luidt een bekende zin uit de Statenvertaling: “En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.”

Een frappant voorbeeld is natuurlijk ook de titel En dan nog iets van Paulien Cornelisse. Tom Lanoye begint zijn boek Sprakeloos zelfs met en:

En dit is het relaas van een beroerte, vernietigend als een blikseminslag, en van de tergende aftakeling die zich daarna twee jaar lang voltrok aan een vijfvoudig moederdier en amateuractrice eersteklas.

Ook andere voegwoorden mogen aan het begin van de zin staan, bijvoorbeeld maar:

  • De Bijbel (NBV): “Maar God, de heer, riep de mens: ‘Waar ben je?’”
  • Multatuli, Ideën I: “Ik leg me toe op ’t schryven van levend hollandsch. Maar ik heb schoolgegaan.”
  • Herman Koch, Het diner: “Maar omdat ze te weinig op zak hadden moest er eerst geld worden gepind.”

2 reacties op “Komma voor ‘en’? Ja, dat mag gerust!”

  1. Arndt Buitermans

    Je hebt natuurlijk de Oxfordkomma, die bij opsommingen van toepassing is en in extreme gevallen ook echt de leesbaarheid bevordert. Bekende voorbeelden volgen een schema als:

    Gisteren kwamen mijn buren, Piet en Henk op bezoek (Piet en Henk zijn mijn buren).

    Gisteren kwamen mijn buren, Piet, en Henk op bezoek (naast mijn buren kwamen ook Piet en Henk langs).

    1. doetietsmettaal

      Je zegt zelf al “extreme gevallen” en dat zijn het ook: zinnen waarin zo’n extra komma in een opsomming eventuele verwarring voorkomt, zijn in de praktijk echt zeldzaam. Dit soort voorbeelden vind ik ook altijd tamelijk gezocht en niet zo overtuigend, omdat je er niet dagelijks over struikelt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top

Meer weten over het Nederlands?

Wouter van WingerdenAbonneer je op de nieuwsbrief van Doet iets met taal. Zes keer per jaar leerzame en opvallende artikelen over taal van mij en anderen. Gratis, en uitschrijven kan natuurlijk op elk moment.

Welkom! Wouter van Wingerden