Biblebelt of Bijbelgordel

Biblebelt of Bijbelgordel?

Tussen Zeeland en Overijssel wonen verhoudingsgewijs veel orthodoxe protestanten. Heet die streek nu Bijbelbelt, Biblebelt of Bijbelgordel?

Tholen, Hardinxveld-Giessendam, Barneveld, Staphorst. Op een paar gevallen na (Katwijk, Urk, Rijssen) liggen de gemeenten waar de SGP bij verkiezingen hoog scoort in een duidelijke, door steden onderbroken strook van zuidwest naar noordoost. Ook veel ChristenUnie-stemmers, de ‘lichtere’ Bijbelgetrouwe kiezers, wonen in die streek. Hoe noemen we die band dwars over het land?

Het gebruikelijkst: Biblebelt

Eerst maar eens kijken wat ‘de media’ doen. Hoewel cijfers van Google geen hard bewijs vormen, is het een aardige indicatie. Google Nieuws leverde op 9 november 2021 dit op:

  1. in de biblebelt: 8730
  2. in de bijbelgordel: 3750
  3. in de bible belt: 1220
  4. in de bijbelbelt: 286

Kortom, Biblebelt is het gebruikelijkst, al is de vertaling Bijbelgordel ook behoorlijk ingeburgerd.

Spelling: spatie, hoofdletter

Bible belt wordt zo te zien weleens los geschreven. Mag dat? En Google onderscheidt geen hoofdletters, dus hoe zit het daarmee?

Officieel is het Biblebelt en Bijbelgordel. Het woord Bijbel krijgt sowieso een hoofdletter als er de heilige tekst mee wordt bedoeld. De kleine letter is gereserveerd voor tastbare exemplaren: ‘een stapel bijbels’. De hoofdletter blijft staan in samenstellingen, zoals Bijbellezing (al houdt niet iedereen zich daaraan). En dan zijn Biblebelt en Bijbelgordel ook zélf nog eens aardrijkskundige eigennamen.

Hoewel, je zou het ook over ‘een biblebelt’ kunnen hebben; een “gebied waar veel streng gereformeerden wonen” is dat dan, volgens Spellingsite.nu. Er zijn namelijk meer van die gebieden.

Oorsprong: Verenigde Staten

De oorspronkelijke Bible Belt (op z’n Engels) ligt in Amerika. In het zuidoosten van de VS, van Texas tot Virginia, wonen veel conservatieve christenen. Wie stemgedrag, kerkgang, enquêtes naar religie e.d. op kaarten uittekent, ziet zo een ‘band’ over het land lopen, een strook die er op diverse punten als Bijbelgetrouw uit springt.

bijbelgordel, 1959
De Bible Belt letterlijk vertaald, in 1959.

Volgens James Kennedy is de benaming Bible Belt voor zo’n langgerekte streek (niet eens per se die zuidelijke) voor het eerst in 1924 gebezigd door columnist H.L. Mencken. Later is die naam (of een vertaling ervan) ook op vergelijkbare streken in andere landen toegepast. De Nederlandse Biblebelt of Bijbelgordel is daarvan de bekendste.

Geschiedenis in Nederland

Hoewel een groot deel van Nederland al in de zestiende eeuw protestants werd, is de orthodoxe cultuur die we nu met de Biblebelt associëren van veel recenter datum. Pas in de negentiende en zelfs nog in de twintigste eeuw viel het protestantisme in veel stromingen uiteen. Vooral mensen die streng in de leer waren, verenigden zich in nieuwe kerkgenootschappen.

Na de versnelling van de secularisatie vanaf de jaren zestig tekende zich op de kaart gaandeweg een duidelijkere strook van zuidwest naar noordoost af waar de ontkerkelijking minder vat op had. Daar bleven mensen elke zondag naar de vele kerken gaan en stemden ze trouw christelijk, bijvoorbeeld op de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP).

veel stemmen op CU en SGP in 2021
In deze ‘gordel’ hebben SGP en ChristenUnie veel meer aanhang dan gemiddeld.

Biblebelt of Bijbelgordel

De Engelse benaming Bible Belt is in eerste instantie al heel snel (1927) ongewijzigd in het Nederlands overgenomen. Maar dan ging het nog heel lang ook alleen om de Amerikaanse context. Pas in de jaren tachtig duiken Biblebelt en de vertaling Bijbelgordel voor ‘onze’ orthodox protestantse streek op.

Vanaf 1991 vind je in kranten, aanvankelijk vooral in verkiezingsanalyses, steeds vaker de Bijbelgordel aan. Die is intussen, zoals Google Nieuws al liet zien, heel wat gebruikelijker. Daarmee is het een wat puristisch maar zeker bruikbaar alternatief voor Biblebelt.

biblebelt in 1985
In 1985 bleef ‘Bible Belt’ meestal beperkt tot de lijn Amersfoort-Zwolle.
Bijbelgordel in 1986
Ook ‘Bijbelgordel’ werd toen nog zo nauw opgevat (1986).

Belt, riem, band, gordel

Is er iets mis met Biblebelt, behalve dat het Engels is? Tja, een objectief en valide bezwaar is er niet. Wel het praktische probleem dat het Nederlands ook het woord belt kent, zoals in vuilnisbelt. Maar het Engelse belt betekent ‘riem, gordel’. Tel daarbij op dat Bible vrijwel net zo klinkt als Bijbel en dan krijg je dus de veelvoorkomende fout Bijbelbelt – wat de associatie met een hoop vuilnis versterkt. De keuze voor Bijbelgordel is dan wel handig.

Gordel wordt wel vaker als geografische aanduiding gebruikt; denk aan een gordel van bergen of bergketens, steden, eilanden (Indonesië: de ‘gordel van smaragd’) of aan vegetatie- en klimaatgordels. Als vertaling van belt is gordel wel wat formeel, maar riem gebruiken we niet op die figuurlijke manier, strook is ongebruikelijk (Bijbelstrook?) en een Bijbelband is al iets anders.

Zijn er nog andere namen? Dé krant van bevindelijk gereformeerd Nederland, het Reformatorisch Dagblad, heeft sporadisch protestantenband gebezigd. Ik trof verder nog de reforiem aan – en misschien is de zwarte band nog een aardige. (Spottender, naar de ‘zwartekousenkerk’, zou de zwartekousenband zijn.)

6 reacties op “Biblebelt of Bijbelgordel?”

  1. Bijbelband lijkt mij mogelijk: het sluit aan een bestaand begrip in Nederland: de stedenband.
    Bijbelstrook lijkt mij ook mogelijk.
    Beter is ‘bijbelstreek: dit sluit aan bij een bestand begrip: bollenstreek, woudstreek,
    Bijbelrand? sluit aan bij Randstad.

    Nog beter is het om niet rechtstreeks vertalen. Dit leidt bijna altijd tot een verkeerde vertaling en doet afbreuk aan onze taal om zich zelfstandig te ontwikkelen (zelfscheppend vermogen).
    Dus: aap Amerika niet na, dat getuigt van een luie geest, maar bedenk iets op eigen kracht op basis van wat je in je eigen omgeving waarneemt. Amerika naäpen is een vorm van zelf opgelegd kolonialisme.

    1. Ter voorkoming van verwarring met de Amerikaanse Bible Belt lijkt me hoe dan ook het gebruik van een Nederlandse benaming verstandig. Pleiten voor een volkomen nieuwe term is sympathiek, maar die zal ws. niet ingeburgerd raken, dus lijkt “Bijbelgordel” (met hoofdletter omdat het een aardrijkskundige benaming betreft) te voldoen, en die gebruik ik ook in mijn volgend jaar te verschijnen boek “De taal van de Bijbelgordel” (werktitel).

      Overigens werd in de begintijd van het Reformatorisch Dagblad wel de benaming “de slurf (van Terneuzen tot Friesland)” gebruikt.

      Verder schijnt er ook in Finland een vergelijkbaar gebied te bestaan. En mogelijk nog elders in de wereld?

      1. doetietsmettaal

        Dat wordt vast een interessant boek! Ik denk dat Bijbelgordel vrij gangbaar is doordat het bij redacties vaak de voorkeur zal hebben boven Biblebelt; dat zou bijvoorbeeld verklaren waarom het in Trouw ineens veel voorkomt vanaf 1991. Zodoende kun je het in veel schriftelijke bronnen vinden. In gesproken taal kom ik Bijbelgordel zelden tegen en is Biblebelt juist de gewone term.

  2. Mibelle Thiesen

    Over het algemeen ben ik tégen buitenlandse woorden als er ook Nederlandse voor zijn. Maar met de drie b’s steeds aan het begin van een lettergreep vind ik Biblebelt stiekem wel lekker klinken!

  3. Pieter van Dijck

    “Chordel” is wat mij betreft voldoende duidelijk. Maar iets met -belt mag ook (naar analogie van vuilnisbelt).

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top

Meer weten over het Nederlands?

Wouter van WingerdenAbonneer je op de nieuwsbrief van Doet iets met taal. Zes keer per jaar leerzame en opvallende artikelen over taal van mij en anderen. Gratis, en uitschrijven kan natuurlijk op elk moment.

Welkom! Wouter van Wingerden