Pieter Omtzigt

Eigenstandig, een politiek modewoord

Eigenstandig of zelfstandig, wat kun je beter gebruiken? Het antwoord is simpel: zelfstandig. Dat is het algemeen gebruikelijke woord. Maar waarom grijpen politici dan toch graag naar dat Duits aandoende eigenstandig?

  • “Ik wil ervoor waken dat Nederland eigenstandig onderzoek moet doen.”
  • “Dat Europa een eigenstandig antwoord verzint …”
  • “De banken hebben ook eigenstandig beleid.”
  • “… dat de Kamer eigenstandig die voorlichting vraagt.”
  • “Het OM heeft daarop zelfstandig, eigenstandig besloten om een feitenonderzoek te starten.”

Wat hebben politici, managers en andere bestuurders toch met het woord eigenstandig? Een luisteraar van De Taalstaat vroeg het zich laatst af en ik beantwoordde haar vraag in het Taalloket. De redactie wist de bovenstaande citaten van Kamerleden en bewindslieden al snel uit recente debatten bij elkaar te zoeken.

Jargon en modewoord

Eigenstandig houdt het midden tussen jargon en een modewoord. In het gewone leven zul je het zelden horen, maar in bestuurlijke kringen des te meer.

Heel nieuw is het gebruik van eigenstandig niet. In Onze Taal (word lid!) stond in 2005 een taalergernis over dit woord: “Kennelijk is het woord zelfstandig niet chic genoeg en neemt men zijn toevlucht tot dit gruwelijke germanisme.” Toen was het minister Brinkhorst die eigenstandig gebruikte. En de ‘ergeraar’ zei ook toen al dat juist politici het woord bezigden.

Germanisme?

Wie Duits spreekt, moet al snel denken aan eigenständig. We kunnen dit woord dus wel een germanisme noemen. Ooit kende het Nederlands het woord eigenstandig, maar dat betekende ‘van eigen bodem’ en het werd in de praktijk zo goed als nooit gebruikt. Nog niet zo lang geleden heeft Van Dale die betekenis (terecht) geschrapt; nu staat er ‘zelfstandig’. In die betekenis aapt het Nederlands het Duits na, en daarmee zou je eigenstandig een soort nep-Nederlands kunnen noemen. In hoeverre germanismen en andere barbarismen ‘fout’ zijn en of je ze überhaupt wel apart zou moeten markeren, daar kun je eindeloos over discussiëren.

Slagroom

Toen Onze Taal in de jaren dertig werd opgericht, was juist het bestrijden van germanismen een belangrijke motivatie. Er verschenen toen hele lijsten met ‘verboden woorden’ en de juiste Nederlandse term daarvoor. Aanhangwagen, slagroom en stekker mochten niet: je moest ‘bijwagen’, ‘geslagen room’ en ‘steker’ zeggen. Een kansloze exercitie, zo is achteraf gebleken. Die woorden pasten blijkbaar prima in het Nederlands.

eigenstandig-germanismen
Het eerste nummer van Onze Taal, uit 1932, bevatte al een lijst verfoeilijke germanismen.

Toch is eigenstandig in de lijsten van toen nog niet terug te vinden. Later in de twintigste eeuw duikt het wel af en toe op. Maar het is ook weer niet zo’n enorm succes, want we hebben al zelfstandig en je kunt ook heel goed opzichzelfstaand gebruiken, of los of apart of zelf, afhankelijk van de zin.

Gat in de taal

Dat kan verklaren waarom eigenstandig behalve als jargonwoord in politiek en bestuur maar geen succes wil worden. Het vult geen gat in de Nederlandse taal; we hebben er in ons dagelijkse taalgebruik, naast alle al bestaande woorden, geen behoefte aan. 

Waarom politici het dan zo graag gebruiken? Dat is giswerk. Mijn idee is dat eigenstandig en andere (voormalige) germanismen zoals middels iets ambtelijks uitstralen, iets formeels en iets gewichtigs, en dat ze het daarom in zo’n formele context wel goed doen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top

Meer weten over het Nederlands?

Wouter van WingerdenAbonneer je op de nieuwsbrief van Doet iets met taal. Zes keer per jaar leerzame en opvallende artikelen over taal van mij en anderen. Gratis, en uitschrijven kan natuurlijk op elk moment.

Welkom! Wouter van Wingerden