Lang, lengte: umlaut in het Nederlands

Lang – lengte: umlaut in het Nederlands

Umlaut, dat is toch iets typisch Duits? De puntjes op Köln en pünktlich lijken typisch iets van onze oosterburen, die van lang niet langer maar länger maken. Toch is umlaut een taalkundig verschijnsel dat ook in het Nederlands voorkomt. Kijk maar naar lengte, een afleiding van lang.

De klankveranderingen die taalkundigen ‘umlaut’ noemen, zijn in het Nederlands niet meer productief, zoals dat heet. Maar in het verleden zijn er wel woorden op die manier ontstaan die we nog steeds gebruiken.

Bij sommige woorden is het verband makkelijk te bedenken, zoals bij lang en lengte en ook verlengen; bij andere had ik me nooit gerealiseerd dat ze met elkaar samenhangen, zoals lam en belemmeren, en varen en veer. Kijk maar eens welke verbanden er nieuw voor je zijn:

  • getal – tellen
  • half – helft
  • hals – omhelzen
  • hand – behendig
  • hangen – hengel
  • kant – kentering
  • krank – krenken
  • lam – belemmeren
  • lang – lengte – verlengen
  • man – mens
  • stad – steden
  • stand – bestendig
  • stang – stengel
  • strak – strekken
  • tam – temmen
  • varen – veer
  • vast – vesting
  • waken – wekken, wekker
  • water – wetering

Meestal is het de a die in een e verandert, maar soms wordt het zelfs een i:

  • mank – verminken

En ook de o verandert soms:

  • spoor – speuren
  • vol – vullen

Een aan umlaut verwant verschijnsel dat ook niet meer productief is, is trouwens ablaut. Dat is de klinkerverandering die je vooral bij sterke werkwoorden tegenkomt, zoals nemen – nam – genomen. Een lange lijst daarvan vind je bij Onze Taal.

Dit verhaal heb ik ook op de radio verteld, bij De Taalstaat op NPO Radio 1. Ik vind het leuk om iets over het Nederlands uit te leggen, dus ook in de media.

2 reacties op “Lang – lengte: umlaut in het Nederlands”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top