De rollende r is springlevend

Het gaat prima met de rollende r. Daar lijkt het in elk geval op als je een etmaal lang naar NPO Radio 1 luistert. De uitkomst van mijn mini-onderzoek: 1/3 van de stemmen op die zender gebruikt de tongpunt-r, 2/3 de huig-r.

Ik ben zelf een fervent luisteraar van nieuwszenders: Radio 1 en in mindere mate BNR. Daarbij heb ik de vreemde gewoonte om vaak op te merken hoe mensen de r-klank uitspreken: met de tongpunt, zoals de Spanjaarden en de Russen dat ook doen, of achter in de keel (de ‘huig-r’), zoals de Denen en de meeste Fransen en Duitsers doen.

Benieuwd

Soms vind ik het mooi klinken – vooral de tongpunt-r, die ik ook gebruik – en soms verwarrend – vooral als één spreker beide r’en bezigt. Ik ben dus bevooroordeeld en kan vast nooit een objectief onderzoek uitvoeren. Maar ik was zó benieuwd naar hoe de verhouding tussen die twee r’en ligt, dat ik me maar eens op een heel etmaal NPO Radio 1 heb gestort: donderdag 13 december.

Alle uitzendingen van die dag heb ik beluisterd, inclusief reclames. Bij elke identificeerbare stem heb ik genoteerd: huig-r, tongpunt-r, of beide. Verder: de naam, de rol (zoals presentator, gast of reclamestem), man of vrouw, en of iemand een bepaald accent had. Niemand is dubbel meegeteld.

Resultaten

De mensen:

  • 312 in totaal
  • 222 mannen, 90 vrouwen
  • 76 NPO’ers (presentatoren, nieuwslezers, correspondenten, verslaggevers e.d.)
  • 140 ‘externen’ (gasten in de studio, aan de lijn, in een reportage)
  • 96 reclamestemmen
  • weinig uitgesproken accenten, behalve 26 Zuid-Nederlands klinkende stemmen

De r’en:

  • 65% huig-r, 31% tongpunt-r, 4% beide
  • iets meer huig-r in reclames: 70%
  • vrijwel geen m/v-verschil
  • bij zuidelijk accent vrijwel uitsluitend huig-r

Belangrijk om te weten: de ‘Gooise r’ komt bij de meeste sprekers óók voor, bijvoorbeeld in woorden als maar, verder en woord. Maar iedereen gebruikt als ‘hoofd-r’ de huig-r en/of de de tongpunt-r; je kunt nu eenmaal niet Arie, horen, reparerenruim of straat met een Gooise r uitspreken (behalve een rasechte Leidenaar of een Amerikaan).

Özcan Akyol, Willemijn Veenhoven en Hans Wiegel gebruiken elk zowel de huig-r als de tongpunt-r.

Representatief?

Wat zegt dit onderzoek nou? Er is veel op af te dingen. Het heeft geen historische dimensie: ik weet niet of de tongpunt-r nu meer of minder voorkomt dan vroeger, terwijl die vraag me wel intrigeert. Maar ja, hoe onderzoek je dat?

En: de stemmen die je op Radio 1 hoort, zijn vast geen afspiegeling van de bevolking. Misschien liggen de verhoudingen in het land wel heel anders. Bovendien varieert het gebruik van de twee r’en sterk per regio: de tongpunt-r staat sterk in Zeeland, Friesland en Groningen, de huig-r in het zuiden, maar hoe zit het in het midden van het land?

Trouwens, zijn het wel twee r’en? Koen Sebregts, die erop gepromoveerd is, heeft er wel twintig gevonden. Ik heb het misschien wel héél erg versimpeld.

Dit onderzoek geeft ook geen antwoord op allerlei interessante deelvragen. Bijvoorbeeld of de huig-r meer prestige heeft, en of dat vroeger sterker zo was dan nu. Of wat de invloed is van migratie op het gebruik van de r. Of in hoeverre mensen in de loop van hun leven anders gaan praten.

Ontkracht

Wel ben ik enigszins opgelucht over het resultaat. Ik had al in meerdere gezaghebbende bronnen – waaronder de Atlas van de Nederlandse Taal – gelezen dat de huig-r allang de standaard-r in Nederland is. Ik hoop dat de score van 1/3 voor de tongpunt-r die stelling ontkracht. Ik voelde me door zulke beweringen altijd een beetje gediscrimineerd, en ik weet dat ik niet de enige ben. Een beetje gerechtigheid dus.

Het enige wat ik nu nog heel graag zou willen, is een grote, gedetailleerde kaart waarop de verspreiding van al die prachtige r’en in het Nederlandse taalgebied aangegeven staat. Dan zal ik daar etmalenlang naar staren.

1 gedachte op “De rollende r is springlevend”

  1. Ik weet nu hoe jij ‘gerechtigheid’ uitspreekt: anders dan ik, met mijn huig-r. In 1979 slaagde kno-arts prof. dr. Damsté er niet in mij daarvan af te helpen door wekelijkse behandelingen met een stalen kinvibrator. Als student Noors wilde ik namelijk een tongpunt-r. In koorzang heb ik mij sindsdien beholpen met trucjes: “Chdistus spdach zu seinen Jüngern”. Noren heb ik een tijdlang wijsgemaakt ‘skarre-r’-dialect uit de kuststrook te spreken.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *