Het woord 'kut' op een Zweedse caravan.

Alles over het woord ‘kut’

Het woord kut is een van de veelzijdigste woorden van het Nederlands. ‘Kut! Heeft die kut weer aan dat kutding zitten kutten? Nu is het nog kutter!’

Er is geen vrouwelijk geslachtsdeel bij geweest en toch staat er vijf keer kut op een kluitje. Als uitroep, als scheldwoord voor een vrouw, in een samenstelling, als werkwoord en als bijvoeglijk naamwoord. Kortom, met kut kun je alle kanten op. Een inventarisatie van alle gebruiksmogelijkheden.

Snel naar: betekenis | etymologie | scheldwoord | samenstellingen | bijvoeglijk naamwoord | werkwoord | uitdrukkingen | synoniemen | trivia

Ik ga met een grote boog om allerlei vleselijke, medische en sociale aspecten heen; de kut benader ik alleen als woord. Wel zo veilig. Laat ik beginnen met waar het allemaal mee begon: het zelfstandig naamwoord, de kut dus.

Opmerkingen of aanvullingen? Reageer onderaan.

Betekenis van kut

“In platte taal eene benaming voor het vrouwelijk schaamdeel”, omschreef het WNT het zelfstandig naamwoord de kut al in 1909. “Vrouwelijk geslachtsdeel”, zegt de dikke Van Dale, en “vagina” staat in Van Dale Hedendaags Nederlands. Beide woordenboeken geven het label ‘informeel’ aan het woord kut, wat wil zeggen dat je het beter niet kunt gebruiken als je netjes en verzorgd wilt spreken en schrijven.

Lees verder voor de andere betekenissen van kut.

Waar komt het woord kut vandaan?

Het wemelt van de theorieën en verbanden rond kut en de woorden die daar in onze taal en andere talen op lijken; kijk maar eens in de Etymologiebank. Of je duikt meteen in het diepe met de nieuwste inzichten van Peter Alexander Kerkhof op Neerlandistiek.nl. (Waar ook hij wijselijk zegt: “Etymologisch gezien zijn vagina’s razend interessante dingen.”)

Kerkhof zegt: kut is een oud Germaans woord en door invloed van het Romaanse cunnus (in het Frans con, ‘vagina’) is er ook een vorm met -n- ontstaan, die we nu nog als kont kennen. De kont kon in het Middelnederlands zowel de vagina als het achterwerk zijn. Beide woorden zijn al heel oud. Kont in de vorm quint is zelfs al in de zesde eeuw gevonden.

Engels: cunt

Het is niet moeilijk te zien dat het Engelse cunt in feite hetzelfde woord is. Ook in die taal gaat het om de vagina en is het een scheldwoord. Het grote verschil: cunt geldt in de Engelstalige wereld als bijzonder grof, veel erger dan bijvoorbeeld fuck. Dictionary.com geeft de expliciete waarschuwing:

All senses of this word are vulgar slang and are very strongly tabooed and censored. The meanings that refer to a woman and a contemptible person are used with disparaging intent and are perceived as highly insulting and demeaning. There are many words used to refer to people in sexual terms. However, to call a person a cunt, especially a woman, is one of the most hateful and powerful examples of verbal abuse in the English language.

Niet de aardigste verjaardagskaart aller tijden.

Uitroep en scheldwoord: ‘kut!’

Kut is in Nederland en in iets mindere mate in België een van de meest algemene krachttermen. Het is wat lastig na te zoeken, zeker in spreektaal, maar volgens een onderzoek uit 2017 is kut in Nederland de krachtterm die online veruit het vaakst voorkomt.

Niet eens zo heel lang geleden was kut in het Nederlands, net als cunt in het Engels nu nog is, een verschrikkelijk woord. Piet van Sterkenburg schrijft in zijn boek Vloeken (2001):

Als vloek veroorzaakt kut een blikseminslag. De taboewaarde ervan is zeker voor de oudere generatie zeer hoog. Het is vaak een substituut voor de blasfemie godverdomme. Bij de jeugd heeft het daarentegen als stopwoord dezelfde betekenis als oeps. Opvallend frequent gebruik is er de oorzaak van dat het taboeïserend effect afslijt.

Inmiddels is het bijna een onschuldig woord. Je zult het niet in formele contexten gebruiken, maar daarbuiten vallen weinig mensen er meer over. Het valt zelfs op een schattige of koddige manier te gebruiken: kutje, kutjecola, kutjenoga, kudt, kutterdekut. Het kan zelfs meeleven uitdrukken. Als iemand zijn hart bij je uitstort, kun je daar met een heel empathisch ‘Ach nee, wat kut!’ op reageren.

Maar in combinatie met andere scheldwoorden werkt kut wel versterkend: kutkolere, tyfuskut, godverkut – daar valt nog geen enkele afzwakking in te bespeuren. Mijn idee is dat kut in samenstellingen alleen een negatief oordeel geeft en dat het pas (flink) versterkend werkt als het ándere deel van de samenstelling ook al uitgesproken negatief is, zoals zooi of hoer. Een kutstoel zit gewoon niet lekker, en een kutdag is een rotdag, een slechte dag. Maar een kutzooi is echt een klotebende; kuthoer is een vreselijk grof scheldwoord.

gewoon kut
Zo kun je ook je medeleven uitdrukken.

Samenstellingen: kutdag

Je ziet het al: met kut kun je oneindig veel samenstellingen maken. Scheldwoorden uiteraard, zoals kutlul, kutwijf en kuttenkop, en varianten op kut als lelijk woord voor een vrouw: gratenkut, huppelkut, klapkut en sufkut (met als tegenhanger de duflul). Enkele tientallen van die gevallen kun je vinden in de Etymologiebank.

Maar het productiefst is het woord kut in spontaan gevormde samenstellingen. Kies een willekeurig zelfstandig naamwoord, plak er kut- voor en je geeft er een oordeel over. Je vindt iets slecht, waardeloos, inferieur. Het is dan ongeveer synoniem met rot- of het bijvoeglijk naamwoord slecht: een kutdag is een slechte dag. Misschien is een rotdag zelfs nog wel erger dan een kutdag, trouwens. Zomaar wat voorbeelden:

kutapparaat, kutauto, kutbaan, kutband, kutbedrag, kutboek, kutburen, kutcomputer, kutding, kutdorp, kuteiland, kutfiets, kutinternet, kutjaar, kutkabinet, kutkarweitje, kutklus, kutkrant, kutland, kutmaand, kutmuziek, kutnacht, kut-NS, kutrecept, kutregen, kutschool, kutsfeer, kutsmoes, kutsneeuw, kutstad, kutsysteem, kuttandarts, kuttelefoon, kuttijd, kuttrein, kutvak, kutvakantie, kutverbinding, kutweek, kutweer, kutwedstrijd, kutzon

Van kut- in samenstellingen zou je nog kunnen beweren dat het om het zelfstandig naamwoord gaat. En misschien kun je ‘Kut!’ als uitroep daar ook nog wel onder scharen. Maar in andere gevallen is kut onmiskenbaar naar een andere woordsoort overgestoken. Ik ben er trots op dat ik al die gevallen in 2018 in de Woordenlijst heb laten zetten – dáárvoor zit ik natuurlijk in de Commissie Spelling.

kut als bijvoeglijk naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord: kutte

Uit een zin als ‘Deze dag was kut’ kun je al afleiden dat het hier niet om een vrouwelijk geslachtsdeel gaat, maar om een eigenschap van de dag: die dag was slecht. De woordsoort van kut is dan bijvoeglijk naamwoord. Het gebruik van kut als bijvoeglijk naamwoord werkt precies zo als bij de synoniemen slecht en rot.

Net als bij slecht – slechte en rot – rotte kun je dus van kut ook kutte maken. Vaak wordt dat gebruikt in ‘Het kutte is …’ Je kunt het ook wel over ‘een kutte dag’ hebben, maar omdat daar ook al het korte en krachtige kutdag voor bestaat, kom je het verbogen kutte niet heel vaak tegen.

De vergrotende en de overtreffende trap zijn net zo goed mogelijk: ‘Het kan nog veel kutter’, of: ‘Het kutste eraan was …’

Er bestaan trouwens nog twee bijvoeglijke naamwoorden die van kut zijn afgeleid: kuttig en kutterig.

Net als de meeste andere bijvoeglijke naamwoorden kun je kut ook als bijwoord gebruiken: ‘Mijn sollicitatiegesprek ging kut.’

Overigens geldt, net als voor kut in samenstellingen, dat kut alleen vaak niet meer volstaat. Het is gaandeweg een zwakker woord geworden. Als iets écht slecht of rot of naar is, is het niet zomaar kut: het is zwaar kut of volkomen kut.

Werkwoord: kutten, kutte, gekut

‘Wat loop je nou toch te kutten?’ Als werkwoord is kutten ergens in de twintigste eeuw ontstaan. Het is synoniem met onder meer hannesen, klooien, kloten, klungelen, pielen en prutsen in de betekenis ‘onhandig bezig zijn’. Het kan ook ‘zich vervelend gedragen’ betekenen; dan past het bij woorden als etteren, klieren en rotzooien.

Kutten heeft een volledige vervoeging: ik/jij/hij/zij kut, wij/jullie/zij kutten, kutte(n), gekut, kuttend – maar we gebruiken bijna altijd het hele werkwoord in combinatie met een vorm van bijvoorbeeld zitten of lopen. ‘Ik zat er zó mee te kutten!’ Ook de afleiding gekut komt geregeld voor: ‘Dat scheelt een hoop gekut’, ‘al dat gekut en gepruts’.

Met het kutte en dat gekut kunnen afleidingen van het bijvoeglijk naamwoord en het werkwoord trouwens toch ook weer als zelfstandig naamwoord opduiken. Daarmee is de cirkel van kut weer rond.

Uitdrukkingen met kut

De kut figureert ook in diverse uitdrukkingen en beeldende vergelijkingen:

  • pratende kut: ringbaard
  • dat slaat (of rijmt) als kut op Dirk: dat slaat nergens op
  • kut met peren: waardeloos
  • voor de kat z’n kut: voor niets
pruimen met peren
Pruimen met peren.

Synoniemen van kut

Foef, vagijn, flamoes. Het wemelt van de woorden voor het vrouwelijk geslachtsdeel, waaronder een aantal die heel wat poëtischer, komischer of omfloerster zijn dan kut.

Ik heb de volgende synoniemen verzameld, voornamelijk van Synoniemen.net en uit Van Dale:

vrouwelijk geslachtsorgaan: doos(je), (klamme) dot, flamoes, foef, genotsgrot, gleuf, grotje, mossel, muis, natte voeg, poenani, poenie, poes, pruim, pussy, schaamspleet, schede, scheur, snee(tje), spleet(je), trut, vagijn, vagina, voorbips, voorpoep, vulva, yoni (zie ook dit artikel over ‘Welk woord is minder kut dan kut?’, en zie deze nog langere lijst)

beroerd (‘ik voel me kut’): afgrijselijk, akelig, arelaxed, armzalig, bar, bedenkelijk, belabberd, besodemieterd, droevig, ellendig, erbarmelijk, hopeloos, jammerlijk, klote, kwakkelig, miserabel, misselijk, moeilijk, naar, onaangenaam, rot, slap, slecht, verrot, vervelend, vervloekt

slecht (‘wat een kutdag’, ‘deze dag was kut’): ambetant, bar, bedonderd, belazerd, beroerd, ellendig, gebrekkig, hopeloos, inferieur, klote, kwaad, lelijk, mies, ondeugdelijk, ongunstig, onvoldoende, onvoordelig, rot, snood, stom, tering, treurig, verfoeilijk, verkeerd, vermaledijd, vervelend, vervloekt, waardeloos, wan, zwak

als uitroep: bah, fuck, hè, kak, oei, oeps, shit, verdomme, verrek

Trivia

Over het woord kut zou je bijna een boek vol kunnen schrijven – maar wie wil er nu een kutboek schrijven? In elk geval noem ik hier toch nog even wat talige restverschijnselen die over kut te melden zijn.

  • Geen kut is een van de vele manieren om ‘niets’ sterker uit te drukken: ‘Er klopt geen kut van.’
  • Kut wordt soms als afkorting geherinterpreteerd. ‘Kwalitatief uitermate teleurstellend’ zou het betekenen, of ‘korte urinetrechter’. Diverse biljartverenigingen heten Krijt Uw Topje. En in Leiden was er het kunstenaarscollectief Kunst Uitschot Team (K.U.T.).
  • Henk Spaan en Harry Vermeegen zongen in hun programma Verona over ‘Kilo Utrecht Tango’ (met peren, overigens) en brachten dat zelfs als single uit, die trouwens geen succes werd.
  • Wilhelmina Kuttje junior was een typetje gespeeld door Janine van Elzakker dat voorkwam in het radioprogramma Ronflonflon met Jacques Plafond. Een gedicht (1984, radio). En nog een (2012, video).
  • Tilburg University heette voorheen nadrukkelijk níét Katholieke Universiteit Tilburg, maar Katholieke Universiteit Brabant.
  • Buitenlandse kentekens met KUT zorgen in Nederland en Vlaanderen voor hilariteit. De kans op ‘succes’ is het grootst bij Zweedse auto’s. (De caravan KUT-034, die je bovenaan het artikel ziet, heb ik in 2008 gespot op Gotland.)
KU-TSLA
Deze Tesla uit het Oostenrijkse Kufstein werkt op de Nederlandstalige lachspieren.
  • In België kun je de pech hebben om in Kuttekoven te wonen; in Nederland bestaat het dorpje Kuttingen. (Bonus: de fietsroute Kuttingen-Lüllingen-Wippingen.) Kut wordt bovendien veel gebruikt in nepplaatsnamen die achterlijke dorpen aanduiden, zoals Kutkrabberadeel en Schubbekutteveen.
  • Kutman is een gerenommeerd Turks wijnhuis. Net als Kutman is ook Kut een Turkse achternaam. De muzikale telg van die familie heet Burak Kut. Hoppa!
  • De stad Kut (of Al-Kut) ligt in Irak. In Kopspijkers zong ‘BZN’ ooit over ‘Show me the way to Kut’.
  • Kött, geen gehåkt.
    Je kent ze wel van IKEA: de Zweedse gehaktballetjes. Die heten in het Zweeds köttbullar. Toen Knorr ze een tijdje als Wereldgerecht in het assortiment had, hadden ze er maar “gehåkt bullår” van gemaakt. In het Duits zijn die köttbullar geen probleem.
  • Bij de köttbullar kun je heel goed Kutbier drinken, trouwens. Dat komt niet voor niets uit ’s-Hertogenbosch: in die stad geldt kut al decennia als een onschuldige aanspreekvorm of groet.
  • Het woord kutzwager klinkt wel grof, maar is geen scheldwoord. Mannen die met dezelfde vrouw het bed gedeeld hebben, zijn elkaars kutzwagers.
  • Jules Deelder schreef het gedicht ‘Oh kut’, een lange opsomming eenlettergrepige synoniemen van kut. “Oh kut, o snee, o pruim, o spleet, / o gleuf, o naad, o kier, o reet …” Hij heeft het met Herman Brood op muziek gezet.

Nog een stukje cultuur om mee af te sluiten: ‘Het leven is kut’, en Jeroen van Merwijk kan het weten.

© Wouter van Wingerden, 2020

Lees ook mijn artikel Alles over het woord ‘lul’.

Je kunt me inhuren voor:

8 gedachtes op “Alles over het woord ‘kut’”

  1. Het palindroom “kutstuk” mist er nog net aan…Een stuk tekst dat van voren naar achteren en weer terug echt niet om te pruimen is.

    1. Het Hongaarse woord voor bron of put is ‘kut’. En het scheldwoord kutlul is veruit het ergste dat een Nijmegenaar je kan toevoegen. Meestal voorafgegaan door ‘vuile’. LUL kom je ook we tegen in Zweedse, Duitse en Oostenrijkse kentekens. En in Schotland kwam ik ooit langs een landgoed dat The Neuk heette. Maar ik dwaal af.

  2. Bij de synoniemen in de betekenis ‘beroerd’ staat ‘kut’. Jammer, want verder vond ik dit stuk kwalitatief uitermate tevredenstellend.

  3. Ik zou ‘kuttig’ toevoegen. Veel minder gebruikelijk dan ‘lullig’, maar ik heb het toch meer dan eens gehoord, en via google blijkt dat het ook wel geschreven wordt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top