fnuiken

Fnuiken en gnuiven

Fnuiken: het enige Nederlandse woord met fn-. Ook met gn- zijn er weinig. Hoe kan dat en hoe komen we aan die woorden?

Laat ik met fnuiken beginnen. Dat zal niet iedereen kennen, want het wordt weinig meer gebruikt. Het betekent zoiets als ‘beknotten’, ‘inperken’ of ‘beëindigen’; je kunt bijvoorbeeld je ambities of je plannen gefnuikt zien en iets kan dus ook fnuikend oftewel ‘noodlottig’ zijn. Het is makkelijker te onthouden als je weet wat de oorspronkelijke betekenis van fnuiken is, namelijk ‘kortwieken’: de slagpennen uit de vleugels van vogels halen zodat ze niet meer kunnen vliegen.

Fnuiken is in het Nederlands het enige woord dat met fn- begint. Vroeger waren er in dialecten nog een paar, bijvoorbeeld fniezen in plaats van niezen en fnuisteren in plaats van fluisteren. De combinatie fn- was waarschijnlijk niet zo makkelijk en is daardoor in de meeste gevallen in iets gewoners veranderd.

Gnuiven

Het verhaal achter gnuiven is heel anders. Dat is tot mijn verbazing helemaal geen oud woord. Het is waarschijnlijk ontstaan als een soort mengvorm van snuiven en gniffelen, wat trouwens ook qua betekenis heel goed klopt. Volgens de woordenboeken gaat het hier om een klanknabootsing. En ze zeggen ook dat alle woorden met gn- eigenlijk varianten zijn van woorden met sn-; een vriend van mij uit Groningen gebruikt bijvoorbeeld graag gnurken in plaats van snurken.

Gnoe

Alleen de gnoe is een verhaal apart. Daarover schreef Nicoline van der Sijs in 2015 het volgende voor Onze Taal:

In 1777 schreef de in Duitsland geboren ontdekkingsreiziger en geograaf Georg Foster (1754-1794) als eerste over de gnoo, in zijn boek Voyage around the world. Dit woord gnoo gaat terug op het Hottentotse woord ngu. In de Duitse vertaling van Fosters boek werd de naam verduitst tot gnu. Het duurde tot 1810 voor het dier in het Nederlands verscheen, met de publicatie van De Kaffers aan de zuidkust van Afrika van Lodewijk Alberti. In dit uit het Duits vertaalde boek is voor het eerst sprake van een Gnu-dier – een gnoe dus.

Klank en betekenis

Hebben bepaalde klanken eigenlijk een bepaalde betekenis? Soms lijkt dat wel zo: allerlei woorden met sl- voelen ‘slecht’ (sluw, sloom, slaan) en met st- ‘stevig’ (staan, sterk, stoer). Toch is het voor een flink deel toeval; er zijn veel tegenvoorbeelden te bedenken, en het gevoel dat klanken oproepen kan per taal flink verschillen.

Hoewel het ‘officiële standpunt’ lange tijd was dat het verband tussen klank en betekenis arbitrair is, doen taalkundigen er de laatste jaren meer onderzoek naar. Er blijken inderdaad wel patronen aan te wijzen die (ook in niet-verwante talen) vaker voorkomen en niet helemaal toevallig zijn. Hier kun je er meer over lezen en horen:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top