Taalstaat-debat over de verleiding van Nederlands

Nederlands is meer dan (boeken) lezen

Waarom ik ondanks het vak Nederlands Nederlands ging studeren

“Een verleidingsgesprek over het vak Nederlands in het onderwijs. Hoe krijgen we de liefde ervoor terug?” Zo kondigde De Taalstaat het debat aan dat vier kenners onder leiding van Frits Spits op 5 oktober op de radio voerden. En ik héb me een partij geërgerd!

Als kind las ik heel veel. Ik vrát boeken. Op de basisschoolleeftijd het bekende werk van Paul Biegel, Evert Hartman en Thea Beckman uiteraard, naast de atlassen waar ik eindeloos in bladerde. Op mijn veertiende verslond ik Agatha Christie en Stephen King. Maar toen begon de ellende: vanaf mijn vijftiende moest ik vijfentwintig literaire boeken lezen en ze doodanalyseren. Plus nog tweeëndertig in totaal bij Engels, Frans en Duits.

Die leesdwang bij het vak Nederlands in het onderwijs was fnuikend voor de liefde voor mijn eigen taal. Tel daar nog het eindeloze samenvatten en tekstverklaren en betogen schrijven bij op en ik was totaal murw: geen seconde heb ik er rond mijn 17e, 18e ooit over nagedacht dat Nederlands het waard was om te studeren. Wist ik veel dat er ook zoiets als taalkunde bestond: hoe taal werkt, de geschiedenis en ontwikkeling ervan. Daar had ik op de middelbare school he-le-maal niets over meegekregen.

Boeiend vak

Pas in het derde jaar dat ik Duits studeerde, ging er een lampje bij me branden. Ik wist inmiddels wat taalkunde was. En ik had het gevoel dat ik een nieuwe studie wilde doen. In Münster was een vakgroep Nederlands en het leek me een uitgelezen kans om daar dan eens een vak te volgen.

Haus der Niederlande in Münster
Het Haus der Niederlande in Münster, waar ik college had.

Het was een vak over Vestdijk en zijn romans. Heel verfrissend om na jaren weer eens iets in en over mijn eigen taal te bestuderen, tussen de buitenstaanders, en te delen in hun verwondering en enthousiasme. Nederlands was dus een boeiend vak! Daar moest ik 21 voor worden en in Duitsland voor wonen, maar het zaadje was eindelijk geplant.

Toen ik me in het programma van de studie Nederlands ging verdiepen, zag ik pas wat een rijk en divers vak het is. Ja, er is veel aandacht voor literatuur. Maar net zoveel voor taalbeheersing en voor taalkunde: algemene en vergelijkende taalwetenschap, taalgeschiedenis, taalnormen, taalvariatie – allemaal onderwerpen die mij boeien. Ik schreef me in 1998 in en de rest is geschiedenis.

Blinde vlek

De moedeloosheid die ik met het vak Nederlands in het onderwijs associeerde, stak weer even de kop op tijdens het radiodebat over dat vak, dat ik tijdens het Onze Taal-congres in Utrecht vanuit de zaal volgde. Wat vond ik dan zo ergerlijk aan wat er op het podium werd gedebiteerd? Niet volstrekt alles (er werden wel zinnige dingen gezegd), maar vooral wéér die neiging om Nederlands te beperken tot lezen en literatuur en kennis daarover. En: aan te nemen dat je daarmee potentiële studenten aantrekt in plaats van afstoot.

Het is kortom de blinde vlek voor begrip van en plezier in de taal zélf die mij en ongetwijfeld vele anderen deed of doet denken dat Nederlands onaantrekkelijk is als vak en als studie. Kijk en luister het debat terug en vorm zelf je oordeel.

Hoop

Gelukkig is er hoop. Vandaag verschijnt het eindrapport van de Curriculum.nu-werkgroepen, die grondig hebben nagedacht over de inhoud van het onderwijs van de toekomst.

Curriculum.nu
Curriculum.nu geeft het vak Nederlands in het onderwijs een centrale plaats.

In het oktobernummer van Onze Taal beschrijft Peter-Arno Coppen heel goed waarom Curriculum.nu wijze adviezen voor het schoolvak Nederlands geeft (lees hier het artikel). Er zijn volgens Curriculum.nu zeven ‘grote opdrachten’ voor het onderwijs Nederlands, zoals:

  1. Interactie en een rijk taalaanbod ten behoeve van de taal- en denkontwikkeling
  2. Taalbewustzijn en taalleervaardigheden
  3. Meertaligheid en cultuurbewustzijn
  4. Experimenteren met taal en vormen van taal

Bij dat tweede punt staat als toelichting: “Het is belangrijk dat leerlingen zich bewust zijn van hun eigen taalgebruik, zodat ze dat steeds kunnen blijven aanpassen.” En bij het derde: “Leerlingen verwerven kennis van en inzicht in de meertaligheid, taalvariatie en taalverandering om hen heen, en leren daar zo ook beter mee omgaan.” Ik gun scholieren van harte die ‘metataal’ die in mijn tijd zo schrijnend ontbrak.

Hoe het werkt

“Het gaat niet alleen maar om het vermijden van taalfouten, een grotere woordenschat of een langere leeslijst, het moet ook een vorm van ontwikkeling zijn, waardoor je beter kunt nadenken en oordelen over taal, taalverschijnselen en literatuur.” En, destilleert Coppen verder uit de opdrachten, je moet als leerling niet alleen termen en begrippen van buiten leren of toepassen, je moet ze ook kunnen gebruiken om over taal en literatuur te praten, met name (op het hogere niveau) over ‘hoe het werkt’.

Nederlands is kortom meer dan (boeken) lezen. Het is ook leren denken, schrijven, discussiëren: je taal zo goed mogelijk leren en er steeds beter in worden, zodat je er zoveel mogelijk mee kunt. En het besef dat je leerlingen daarvoor moet leren begrijpen wat taal ís, hoe die in elkaar zit en hoe dat zo gegroeid is, lijkt eindelijk doorgedrongen te zijn.

Ik ben zielsgelukkig dat die taalkundige kijk vaste voet gaat krijgen in het onderwijs. Liefde voor taal kent vele vormen; verleid leerlingen niet alleen met literatuur, maar ook met grip op het levende organisme dat het Nederlands is.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top